Bibliotheken Tentoonstellingen Beets als activist

Beets 1903 - 2003

Tentoonstelling van 13 maart tot 11 mei 2003 in de Universiteitsbibliotheek
Samenstelling: C.J. Stiekema en A.Th. Bouwman

Inleiding

Tentoongestelde stukken

 1.

Leidse tijd.

 2.

Camera Obscura.

 3.

De Camera Obscura bij uitgeverij Bohn.

 4.

Dominee.

 5.

Dominee in druk.

 6.

Dominee-dichter.

 7.

Reizen en botanica.

 8.

Vader Beets.

 9.

Onuitgegeven gedichten.
10. Brieven aan een jeugdvriend.
11. Curiosa.
12. Overlijden.
13. Nationaal huldeblijk: album amicorum.
14. Beets in portret.
15. De familie Beets in portret.
16. Beets als activist.
 

4.  Dominee

In Beets’ ogen was zijn speeltijd na de Camera Obscura voorbij. Binnen twee jaar: promoveerde hij summa cum laude tot doctor in de theologie (1839), trouwde met Aleide van Foreest, en vestigde zich met haar in Heemstede, waar hij hij tot predikant was benoemd (1840). Veertien jaar later werd hij naar Utrecht beroepen (1854), waar hij als zestiger tot hoogleraar kerkgeschiedenis is benoemd (1875). In de Domstad heeft hij bijna vijftig jaar gewoond in het grote huis aan de Boothstraat, sinds 1859 met zijn tweede vrouw Jacoba Elisabeth, zuster van de drie jaar daarvoor gestorven Aleide.


4.1. Overzicht van de preekbeurten in Beets’ eerste jaren als dominee (1840-1841), met per preek de: behandelde schriftlezing, psalmen en gezangen. Op de omslag staan de jaarcijfers over de opbrengst van collecten, aantallen dopen, huwelijken en begrafenissen. Deze gegevens zijn over een periode van bijna een halve eeuw nauwkeurig bijgehouden.  [LTK BEETS C 3]
4.2. Plattegrond van de pastorie te Heemstede (1840-1854), door een bezoeker in 1840 uit het geheugen getekend.  [LTK BEETS C 1]
4.3. Plattegronden van het huis aan de Boothstraat te Utrecht, getekend door Beets’ kinderen Aleide en Adriaan Beets. De laatste heeft ook de moerbeiboom in de tuin getekend.  [LTK BEETS C 19]
4.4. “‘De moerbeitoppen ruischten’; God ging voorbij”. De opening van dit nog steeds ontroerende gedicht is wellicht mede geďnspireerd door de moerbeiboom in Beets’ eigen tuin, ofschoon er ook oudtestamentische wortels zijn. Het gedicht verscheen voor het eerst in de dichtbundel Winterloof (Leiden: Sijthoff, [1887]), en sindsdien in vele bloemlezingen.  [1001 B 7]

 

vorige pagina volgende pagina