Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


10. Kwelling en doodsverlangen

Bilderdijk geeft in zijn gedichten blijk van een diep gewortelde onvrede met het bestaan. Geen andere dichter in de Nederlandse literatuur heeft het doodsverlangen zo vlijmend verwoord als hij. Naar eigen zeggen verlangde hij al vanaf de wieg naar de koelte van het graf, en viel het leven hem sedertdien ‘pijnlijk, lastig en ledig’. Hij werd gekweld door hevige hoofdpijnen en vele andere al dan niet ingebeelde kwalen, waarover hij in brieven aan vrienden veelvuldig klaagde. Om zijn lijden te verzachten nam hij zijn toevlucht tot het gebruik van opium, dat in de negentiende eeuw vrij en goedkoop verkrijgbaar was, en dat hallucinaties bij hem teweegbracht.




10.1. Eigenhandig geschreven opiumrecept van Bilderdijk, [z.j.]. Manuscript. [LTK 1612].
––  In dit boekje zijn vele door Bilderdijk zelf geschreven opiumrecepten opgenomen, aangeduid als ‘Opii puri’. Hoe erg hij aan de opiumpillen verslaafd was blijkt uit een zin als deze: ik ‘sidder als ik denk, dat ik ze noodig kon hebben, en niet bekomen kunnen.’

10.2. W. Bilderdijk, Aantekening onder invloed van opium geschreven, 1829. Manuscript. [LTK 873].
––  Deze passage, geschreven in een schrift vol losse, warrige aantekeningen, is vermoedelijk onder invloed van opium ontstaan. Hij beschrijft zijn hallucinaties, en heeft het onder meer over ‘dubbeld zien’.
 

10.3. W. Bilderdijk, De voet in ’t graf. Jongste gedichten. Rotterdam 1827. [1959 E 17]
––  De afbeelding op de titelpagina van deze dichtbundel is goed van toepassing op Bilderdijk: het toont een naar het graf reikhalzende grijsaard. Ook de titel geeft blijk van het doodsverlangen, dat de dichter in veel gedichten tentoonspreidde.

10.4. – W. Bilderdijk: ‘Haarlem’ (1827). Manuscript. [LTK 1821].
––  Haarlem, waar Bilderdijk zijn laatste levensjaren doorbracht, kwelde hem verschrikkelijk. Hij kon de stad en haar inwoners niet verdragen, en hekelde Haarlem in gedichten. Hij bleef tot aan zijn dood naar Leiden verlangen.

10.5. W. Bilderdijk: ‘Op Bilderdijks graf, of by zijne Afbeelding (uit zijne eigen verzen saamgesteld)’. 1824. Manuscript. [LTK 1619].
––  In dit zeer toepasselijke grafschrift op zichzelf, blikt Bilderdijk terug op zijn eigen leven.
 

 

 
vorige pagina volgende pagina