Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:
 

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


1. Bilderdijks leven in vogelvlucht 

Willem Bilderdijk werd geboren op 7 september 1756 in Amsterdam. Hij was een wonderkind, dat naar eigen zeggen reeds op zeer jonge leeftijd kon lezen en schrijven. Door een  voetblessure groeide hij echter afgesloten van de buitenwereld op. In 1780 vestigde hij zich voor twee jaar als rechtenstudent in Leiden. Daarna werd Bilderdijk advocaat in Den Haag, waar hij – met succes – vervolgde oranjeklanten verdedigde. Na de machtsovername door de Fransen, in 1795, werd hij verbannen, omdat hij weigerde een eed af te leggen op het nieuwe bewind. Hij verbleef onder meer in Londen en Brunswijk, en keerde pas in 1806 naar Nederland terug. Daar trad hij in dienst van Lodewijk Napoleon. In de jaren die volgden verrichtte Bilderdijk tal van werkzaamheden, maar het door hem begeerde professoraat wist hij niet te bemachtigen. Tussen 1817 en 1827 werkte hij als privaatdocent in Leiden. Zijn laatste levensjaren sleet hij in Haarlem, waar hij op 18 december 1831, vijfenzeventig jaar oud, overleed.




1.1. J. Hulstkamp, Portret van W. Bilderdijk als advocaat. Naar A. Boon. Ets en gravure, 1786. [PLANOL 2 A 1: 25/137].
–– Dit portret werd vervaardigd naar aanleiding van het Kaat Mossel-proces in 1785. Het vertoont weinig gelijkenis met andere portretten van de dichter. Bilderdijk was dan ook weinig opgetogen, en beschreef het als ‘Een Wildeman, het dolhuis uitgevlogen’.

1.2. L.G. Portman, Portret van W. Bilderdijk. Naar L. Moritz. Stippelgravure, 1806. [PLANOL 2 A 1: 25/138].
––  Toen Bilderdijk uit zijn ballingschap terugkeerde, werd hij geportretteerd. Het resultaat kon zijn goedkeuring niet wegdragen. In een gedicht schreef hij over zijn beeltenis: ‘Een Sukkelaar, die met verwonderde oogen / Om alles met verbeten weêrzin lacht.’

1.3. W. Bilderdijk, Ontwerp voor een familiewapen. Houtsnede, [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/136].
––  Bilderdijk verbeeldde zich dat hij afstamde van het adellijke geslacht Teisterbant, dat verwant zou zijn aan de legendarische Zwaanridder. Daarom liet hij zich in Brunswijk aanspreken als ‘Herr von Teisterbant’ en ontwierp hij talloze familiewapens.

1.4. B. Klinkert, Portret van W. Bilderdijk, met doek om het hoofd. Lithografie, 1828. [PLANOL 2 A 1: 25/101].
––  Dit portret toont de dichter waarschijnlijk gedurende zijn Leidse periode als privaatdocent. Binnenshuis droeg hij dikwijls een Turkse wrongel om het hoofd, waarin hij een verhit aarden potdekseltje plaatste, ter bestrijding van zijn zware hoofdpijnen.

1.5. Haarlok van W. Bilderdijk. [LTK 409].
––  Op dit door Bilderdijk geschreven afschrift van het gedicht ‘Wareld’ plakte J.J.F. Wap een haarlok, die vermoedelijk bij het overlijden van de dichter was afgenomen. Wap schreef er later bij: ‘Bovengeplaatst handschrift en haarlok verklare ik te zyn van Mr. W. Bilderdyk.’

1.6. P. Velijn, Portret van W. Bilderdijk op zijn sterfbed. Naar G.J. Michaëlis. Staalgravure, 1833. [PLANOL 2 A 1: 25/93-94].
––  Na zijn overlijden werd Bilderdijk geportretteerd door Gerrit Jan Michaëlis. Deze prent werd gedrukt bij Loosjes te Haarlem. Onderaan staan enige toepasselijke dichtregels van Isaäc da Costa.

 

 
vorige pagina volgende pagina