Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


2. Bilderdijk en de liefde 

Toen Bilderdijk zich na zijn studententijd in Den Haag vestigde, kwam hij in contact met Catharina Rebecca Woesthoven. Hij werd verliefd op de eenentwintigjarige schone, en stuurde haar vele van wellust sidderende liefdesbrieven. Op 21 mei 1785 trouwden ze, om de eer van de zwangere bruid te redden. Het koppige karakter van Catharina ging echter moeilijk samen met dat van de wispelturige dichter. Dit leidde tot talloze conflicten. Bovendien kon Bilderdijk volstrekt niet met geld omgaan. Zijn verbanning in 1795 verloste hem daarom niet alleen van een slecht huwelijk, maar tevens van zijn schuldeisers. In Londen kwam hij in contact met de Haagse familie Schweickhardt. Met de negentienjarige dochter Katharina Wilhelmina kreeg hij een relatie. Toen de dichter naar Brunswijk vertrok, volgde Wilhelmina hem spoedig. Van samenleven kon echter geen sprake zijn. Dat gebeurde pas in 1802, nadat hij van zijn eerste vrouw was gescheiden. Katharina Wilhelmina vormde het licht in Bilderdijks verduisterd leven. Toen zij op 16 april 1830 stierf, was hij ontroostbaar.
 




2.1. Foto van een door C.H. Hodges geschilderde portret van C.R. Bilderdijk-Woesthoven. [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/80].
––  Dit portret van Bilderdijks eerste vrouw dateert van omstreeks 1793. Da Costa schreef over haar: ‘Levendig staat mij haar gelaat en gestalte voor ogen, waarin de kentekenen van indrukmakende meer dan innemende schoonheid nog zo goed te herkennen waren.’

2.2. W. Bilderdijk, Portret van Catharina Rebecca Woesthoven. Pentekening. [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/39].
––  Dit silhouet tekende Bilderdijk zelf. Eronder citeerde hij Ovidius: ‘Zij bestond het de echtgenote van een balling te blijven’. De gravure van dit portret kon Bilderdijk niet waarderen. ‘Gij zijt er verschriklijk in mishandeld,’ schreef hij aan zijn vrouw.

2.3. L. Schweickhardt (?), Portretten van W. Bilderdijk en K.W. Schweickhardt. Gipsen medaillons, ca. 1861. [AMNL suppl.].
––  Deze medaillons werden op initiatief van J.J.F. Wap uitgegeven. In 1876 werden ze door hem geschonken aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De vermoedelijke maker is de broer van Katharina Wilhelmina, Leonard Schweickhardt.

2.4. P. Velijn, Portret van K.W. Schweickhardt. Naar H.W. Caspari. Staalgravure, [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/79].
––  Katharina Wilhelmina was getalenteerd; ze schreef o.m. Gedichten voor kinderen (1813). Maar haar gezondheid was zwak en ze leed onder de dood van meerdere kinderen. Ook had ze veel te verduren van haar grillige man, die ze overigens onvoorwaardelijk steunde.

2.5. W. Bilderdijk, ‘Het echtgeluk’ (1799). Manuscript. [LTK 1821].
––  In dit gedicht maakt Bilderdijk zijn eisen aan Katharina Wilhelmina duidelijk. Hij verlangt onder meer van haar dat ze de grillen van haar eega verdraagt, en dat ze haar eigen wil ondergeschikt maakt aan de zijne.

 

 
vorige pagina volgende pagina