Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student

In 1779, toen Bilderdijk drieëntwintig jaar oud was, kreeg hij van zijn vader toestemming om in Leiden rechten te gaan studeren. Als gevolg van de beperkte financiën van zijn ouders kon hij slechts twee jaar studeren. Door ‘een ziekte van enige weken’ kon de jonge dichter echter niet bij de aanvang van de colleges aanwezig zijn. Hij liet zich pas op 19 mei 1780 inschrijven als student in Leiden. Op zijn kamer aan de Langebrug wijdde hij zich, vaak ook gedurende de nacht, aan de rechtenstudie. Daarnaast verdiepte hij zich in vele andere disciplines. Toch leefde Bilderdijk niet in totale afzondering: hij maakte enige vrienden en bezocht zo nu en dan zijn professoren. Toch namen zijn klachten over zijn zwakke gezondheid in deze tijd toe. Op 19 oktober 1782 promoveerde hij tot meester in de rechten.




4.1. Portret van F.W. von Pestel (1724-1805), Leids hoogleraar rechten. Lithografie, ingekleurd, [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/14].
––  Bilderdijk beschouwde Von Pestel, bij wie hij in Leiden colleges volgde, als zijn leermeester in de rechten. Toch viel hij naar eigen zeggen tijdens een van zijn colleges, in de namiddag, wel eens staand in slaap.

4.2. Portret van D.G. van der Keessel (1738-1816), Leids hoogleraar rechten. Lithografie, [z.j.]. [PLANOL 2 A 1: 25/16].
––  Bij Van der Keessel thuis volgde de jonge Bilderdijk o.a. één keer per maand een privatissimum: een college voor gemotiveerde studenten met goede studieresultaten. Het selecte gezelschap kreeg veelal de opdracht om lastige casussen uit te werken.

4.3. Galante dichtluimen. [Z.pl.] 1780. [1023 G 37].
––  In 1780 verscheen anoniem de bundel Galante Dichtluimen, vol erotische verzen. Hoewel sommigen meenden dat ene Hendrik Riemsnyder de schrijver was, waren anderen overtuigd van Bilderdijks auteurschap. De kwestie is tot op heden onopgelost.

4.4. W. Bilderdijk, De Leydsche Weezen aan de Burgerij: op den eersten van Louwmaand des jaars 1782. Leiden 1781. [709 F 39].
––  Tijdens zijn studententijd schreef Bilderdijk minder verzen, omdat hij zijn tijd aan de studie wilde besteden. Deze nieuwjaarwens in verzen, van de Leidse wezen aan de burgerij, is één van de langere gedichten die hij in deze periode vervaardigde.

4.5. G. Bilderdijk, Specimen academicum inaugurale, exhibens theses aliquot selectas, ex diversis juris capitibus depromtas. Leiden 1782. [1023 A 4].
––  Op 19 oktober 1782 promoveerde Bilderdijk tot meester in de rechten. Zijn dissertatie bestaat uit 105 stellingen. Achterin is o.m. een lofdicht van studievriend J.H. van der Palm opgenomen.

 

 
vorige pagina volgende pagina