Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon

In maart 1806 vestigde Bilderdijk zich na een jarenlange ballingschap weer in Leiden. In dat jaar kwamen zijn vrouw en kinderen uit Brunswijk over. Er wachtten het gezin vele tegenslagen: vrouwe Bilderdijk werd getroffen door een miskraam, hun zoontje kwam te overlijden, en Bilderdijk slaagde er niet in een professoraat te bemachtigen. In juni van datzelfde jaar vond er een belangrijke politieke omwenteling plaats: de Bataafse republiek veranderde in een koninkrijk, nadat Napoleon Bonaparte zijn jongere broer, Lodewijk Napoleon, tot koning van Holland had benoemd. Al spoedig ontmoetten de dichter en de jonge koning elkaar; Bilderdijk ging hem als een ‘volkslievend en vaderlijk opperhoofd’ beschouwen. De koning van zijn kant wist diens kwaliteiten op waarde te schatten, en besloot hem aan te stellen als koninklijke bibliothecaris, en als zijn leermeester in de Nederlandse taal. Dat Bilderdijk er niet in slaagde de koning vloeiend Nederlands te leren spreken, bleek in 1808, toen Lodewijk Napoleon uitriep dat hij ‘Konijn van Olland’ was.




6.1. Kopie van het sterfregister van Alexis Izaak Bilderdijk, 1806. Foto. [BPL 1039]
––  In hetzelfde jaar dat Bilderdijk en zijn vrouw terugkeerden uit Brunswijk kwam hun éénjarige telg Alexis Izaak te overlijden, na een zwaar ziekbed. De ongelukkige vader had al vaker kinderen naar het graf moeten brengen, en werd thans voor de negende maal geconfronteerd met de dood van een kind.

6.2. Brief van W. Bilderdijk aan Johannes Valckenaer, gedateerd 8 mei 1806. Manuscript. [BPL 1039].
––  Bilderdijk had bij zijn terugkeer geen vaste betrekking. Tevergeefs probeerde zijn vriend Valckenaer hem een baan als secretaris bij de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te bezorgen. Wel kreeg hij de mogelijkheid om opziener over de te drukken werken te worden. Dat vooruitzicht stemde hem bitter, zoals blijkt uit deze brief.

6.3. J. Bogert, Potret van Lodewijk Napoleon. Naar Desnoyers. Stippelgravure (proefdruk), [z.j.]. [PK-P-Sin. 18728].
––  Lodewijk Napoleon en Bilderdijk konden het goed met elkaar vinden. De dichter zag in de vorst zijn monarchistisch ideaal belichaamd, en de koning profiteerde van diens kwaliteiten. Bilderdijk was een graag geziene gast van de koning, en ontving herhaaldelijk uitnodigingen voor feestavonden en bals aan het hof.

6.4. Brief van W. Bilderdijk aan Johannes Valckenaer, gedateerd 9 mei 1808. Manuscript. [BPL 1039].
––  Op 4 mei 1808 werd Bilderdijk benoemd tot lid van het nieuwe Koninklijk Nederlands Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten te Amsterdam. De wanhoop nabij schreef de dichter deze brief, waarin hij Valckenaer smeekte hem te helpen.

6.5. W. Bilderdijk: ‘Niet den koning’ (1811). Manuscript. [LTK 1619].
––  In 1810 werd Nederland bij Frankrijk ingelijfd. Lodewijk Napoleon werd afgezet en verliet direct het land. Bilderdijk verloor zijn jaarsalaris, waardoor zijn gezin gebrek leed. In dit gedicht verwijt hij de Nederlanders dat zij de koning hebben verraden.

 

 
vorige pagina volgende pagina