Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


7. De Buskruitramp van 1807

Op maandag 12 januari sloeg in Leiden het noodlot toe. Rond kwart over vier in de namiddag ontplofte een met 37.000 pond buskruit geladen schip, dat in het Rapenburg, tegenover het huidige Van der Werf-park, voor anker lag. De explosie, die volgens de overlevering tot in Groningen en Friesland te horen zou zijn geweest, had rampzalige gevolgen. Huizen en gebouwen werden verwoest, en er kwamen meer dan 150 mensen om het leven, waaronder twee Leidse professoren. Een deel van het Rapenburg werd door de explosie in een ruïne veranderd; zo werd het gebied na verloop van tijd dan ook genoemd. Bilderdijk bevond zich ten tijde van de ramp in Leiden; hij was waarschijnlijk thuis, in zijn woning aan de Hogewoerd. Niemand van het gezin raakte gewond, maar het huis liep lichte schade op. ‘Ik schrijf dezen tusschen de puinhopen van mijn huis,’ schreef Bilderdijk, overdrijvend, aan een vriend. Omdat de dichter zijn huis niet langer bewoonbaar achtte, verhuisde hij naar Den Haag.
 




7.1. Brief van W. Bilderdijk aan mevr. Schweickhardt-van Hulst, gedateerd 12 januari 1807. Manuscript. [LTK 1620: 3].
––  Dit briefje stuurde Bilderdijk op dag van de ramp aan zijn schoonmoeder, om haar te laten weten dat iedereen van zijn gezin ongedeerd was.

7.2 Brief van W. Bilderdijk aan Johannes Valckenaer, gedateerd 19 januari 1807. Manuscript. [BPL 1039].
––  In deze brief condoleert Bilderdijk zijn vriend Johan Valckenaer met het verlies van diens familielid, professor Luzac, en deelt hij mede dat hij die dag naar Den Haag zal afreizen.
 

7.3. R. Vinkeles & D. Vrydag, ‘De Koning van Holland op de puinhopen van Leyden’. Naar J.W. Pieneman. Staalgravure. In: W.Bilderdijk & M. Siegenbeek: Leydens Ramp (1808). [1023 A 9].
––  Direct na de ramp reisde Lodewijk Napoleon naar Leiden, waar hij de reddingswerkzaamheden leidde, plunderaars liet straffen, en troostende woorden sprak. Hiermee stal hij niet alleen Bilderdijks hart maar dat van alle Leidenaars.

7.4. W. Bilderdijk: ‘Het Dichterlyk Tafereel der Stad Leyden [...]’. Manuscript. [LTK 392].
––  Een van de dichtstukken die Bilderdijk na de ramp schreef, is deze satire op het Dichterlijk Tafereel van Robert Hendrik Arntzenius. In het opmerkelijke handschrift gaf Bilderdijk de regels van deze dichter met rode inkt weer; zijn eigen vlijmscherpe commentaar schreef hij er met zwarte inkt bij.

7.5. L. Portman, Portret van A. Kluit (1735-1807), Leids hoogleraar geschiedenis, staatsrecht en statistiek. Stippelgravure, [z.j.]. [PK-P-Sin. 16106 suppl.].
––  Professor Adriaan Kluit, een vurige oranjeklant, werd, toen het kruitschip explodeerde, bedolven onder de brokstukken van zijn woning. Reddingswerkers hoorden hem nog dagenlang met een tafelbel schellen, maar konden hem niet op tijd bevrijden.

7.6. L. Portman, Portret van J. Luzac (1746-1807), Leids hoogleraar letteren. Stippelgravure, [z.j.]. [PK=P-Sin. 19056 suppl.].
––  Net als Kluit was Luzac hoogleraar en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Door zijn patriottische sympathieën kwam hij herhaaldelijk met zijn collega in conflict. Door de kracht van de explosie werd hij in het Rapenburg geslingerd; hij verdronk.

 

  
vorige pagina volgende pagina