Bibliotheken Tentoonstellingen Bilderdijk

‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden

Samenstelling: Rick Honings en André Bouwman

De volgende onderwerpen komen aan bod:

  Inleiding
1. Bilderdijks leven in vogelvlucht
2. Bilderdijk en de liefde
3. Ontluikend contact met de stad Leiden
4. Leiden 1780-1782: Bilderdijk als student
5. Bilderdijk als oranjeklant
6. Leiden 1806-1810: Bilderdijk onder Lodewijk Napoleon
7. De buskruitramp van 1807
8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent
9. Vrienden en vijanden in Leiden
10. Kwelling en doodsverlangen
11. Bilderdijk, een veelzijdig talent
12. Bilderdijk-activiteiten in Leiden
13. Bilderdijkiana in groot formaat
14 Bilderdijk in teksten

 


8. Leiden 1817-1827: Bilderdijk als privaatdocent

Na een verblijf in Den Haag en Amsterdam vestigde Bilderdijk zich in mei 1817 weer in ‘het geruste, hemelsche Leyden’. Hij betrok een woning aan de Hooigracht, maar zou in de loop der tijd nog drie keer verhuizen. Hij woonde op Garenmarkt nummer 6 (thans een parkeerplaats), op Rapenburg nummer 37 en op Oude Singel nummer 86. In Leiden startte hij met het geven van een privatissimum in de vaderlandse geschiedenis en het staatsrecht. Tot zijn toehoorders behoorden onder meer Isaäc da Costa en Willem en Dirk van Hogendorp. De omgang met deze jongelingen deed Bilderdijk deugd. Hoewel hij tussen 1817 en 1827 slechts veertig toehoorders had, was zijn invloed op het politieke en geestelijke klimaat van de negentiende eeuw groot. Hij mengde zich in vele polemieken, en publiceerde een groot aantal werken. In 1827 verhuisde hij naar Haarlem, waar hij tot zijn dood zou vertoeven.
 




8.1. Brief van W. Bilderdijk aan J. Valckenaer, gedateerd 6 mei 1817. Manuscript. [BPL 1039].
––  Twee dagen na zijn aankomst in Leiden stuurde Bilderdijk Valckenaer een brief, waarin hij schrijft over zijn reis vanuit Amsterdam, en over de ‘kinderpokjens’ van zijn zoon Lodewijk, die het gezin isoleren.

8.2. D.J. Sluyter, Portret van Isaäc da Costa. Naar J.G. Schwartze. Staalgravure, [z.j.]. [PK-P- 6282, suppl.].
––  Da Costa ontpopte zich als de belangrijkste verdediger van het Bilderdijkiaanse gedachtegoed. In 1823 bracht hij veel beroering teweeg met zijn Bezwaren tegen den Geest der Eeuw, waarin hij de tijdgeest fel bekritiseerde.
 

8.3. W. Bilderdijk, De Derde October. [Z.pl.]1823. [3073 C 42].
––  In 1823 werd de viering van het Leids Ontzet afgeschaft. Bilderdijk had juist een feestzang geschreven, en stelde zelf een feestprogramma op. Het werd een daverend succes, omdat de studenten massaal gehoor gaven aan zijn oproep om feest te vieren.

8.4. Brief van W. Bilderdijk aan Lodewijk Caspar Luzac, gedateerd 31 december 1823. Manuscript. [LTK 1002].
––  Bilderdijk had zijn hele leven geldzorgen. Gedurende zijn Leidse periode als privaatdocent was hij er van verlost, omdat hij het beheer van zijn financiën had toevertrouwd aan Lodewijk Caspar Luzac, die hij middels briefjes om geld vroeg.

8.5. W. Bilderdijk, Afscheid aan Leyden. Leiden 1827. [710 F 7].
Toen Bilderdijk in 1827 Leiden verliet, schreef hij een ontroerend afscheidsgedicht, waarin hij de geliefde stad bezong, die hij nooit meer zou terugzien.

 

 
vorige pagina volgende pagina