Bibliotheken Tentoonstellingen Justus Lipsius

Justus Lipsius 1606 – 2006

Samenstelling: Jeanine de Landtsheer en A.Th. Bouwman

De webpresentatie behandelt de volgende onderwerpen:

1. Het Musaeum Lipsianum
2. Lipsius en de Leidse vrienden
3. Lipsius en het universitaire onderwijs
4. Leiden
5. Lipsius en de klassieke filologie: Tacitus
6. Lipsius en de klassieke filologie: Seneca
7. Lipsius en de klassieke Oudheid
8. Lipsius en de politieke theorie
9. Vertrek uit Leiden
10. Leuven
11. Lipsius in brieven (I)
12. Lipsius in brieven (II)
13. Lipsius in beeld
   

 


2. Lipsius en de Leidse vrienden

Lipsius studeerde in Keulen en Leuven, verbleef in Rome en doceerde enige tijd geschiedenis en welsprekendheid in Jena. Het was evenwel de Hollandse stad Leiden waar de 30-jarige Brabantse humanist zich in 1578 langdurig zou vestigen, beducht als hij was voor het oorlogsgeweld in de zuidelijke Nederlanden, waar de soldaten van Alexander Farnese bezig waren met een succesvolle opmars. Bij de keuze voor Leiden heeft Lipsius’ vriendschap met Janus Dousa, bestuurder van de pas gestichte Leidse universiteit, zeker een rol gespeeld. De nieuwe hoogleraar geschiedenis en rechten maakte in Leiden vele vrienden en genoot van hun gastvrijheid en genegenheid. Het sterkst van al was ongetwijfeld de band met Janus Dousa en Jan van Hout.




2.1 || Album amicorum aangelegd door Janus Dousa, 1563-1597. Manuscript. [BPL 1406].
––  Bladzijde 18v bevat de (tweede) bijdrage van Lipsius, ingeschreven op 28 september 1577, toen Dousa (1545-1604), president-curator van de Leidse universiteit, hem in Leuven bezocht en hem overhaalde om naar Leiden te komen.

2.2 || Album amicorum aangelegd door Jan van Hout, 1578-1583. Manuscript. [Leiden, Sted. Museum De Lakenhal, inv. 3385].
––  Na aankomst in Leiden schreef Lipsius op 21 maart 1578 een bijdrage in het album van Jan van Hout (1542-1609) , secretaris van het college van curatoren en burgemeesters, bij wie hij tijdelijk onderdak had gevonden (blz. 8r).

2.3 || M. Val. Martialis, Epigrammaton libri XII. Ed. H. Junius. Antwerpen: C. Plantijn, 1568. [755 H 30].
––  Dousa gaf dit exemplaar met eigenhandig geschreven opdracht ten geschenke aan Jan van Hout. Deze presenteerde het op zijn beurt aan Lipsius (die op de titelpagina noteerde: ‘et ipse Lipsio’). 

2.4 || Brief van Lipsius aan Jan van Hout, gedateerd 3 september 1591. Manuscript. [Lips. 3: 11].
––  Nadat Lipsius een Latijns psalterium met een Oudnederlandse interlineaire vertaling had ontdekt, stuurde hij Van Hout een afschrift van de tekst van psalm 18.

2.5 || Corpus van Middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300). Ed. M. Gysseling en W. Pijnenburg. Reeks II: Literaire handschriften, Dl. I: Fragmenten (’s Gravenhage 1980). [DOUSA 78 2141].
––  Diplomatische editie van de bewaard gebleven afschriften. De middeleeuwse codex moet als verloren worden beschouwd.

2.6 || Brief van Lipsius aan Janus Dousa, gedateerd februari 1585. Manuscript. [BPL 885].
––  Op 1 maart 1585 werd Dousa benoemd tot geschiedschrijver van Holland en bibliothecaris van de Leidse universiteit. Uit deze brief blijkt dat Lipsius zich persoonlijk voor de benoeming van Dousa inzette.

 

 

 
vorige pagina volgende pagina