Bibliotheken Tentoonstellingen Sluis

OOSTENDE VERLOREN, SLUIS GEWONNEN, 1604

Tentoonstelling in de Universiteitsbibliotheek van 12 augustus - 12 september 2004
Samenstelling:
Dirk de Vries 
Met bijdragen van Charles van den Heuvel, Anton van der Lem en Piet Lombaerde

 

Woord vooraf
De strijd om de Vlaamse havens tijdens de Tachtigjarige Oorlog
De legertent als bibliotheek. Vroeg zeventiende-eeuwse theorieën over legerhervormingen en logistiek in het veld
Oostende afgesneden, belegerd, opgegeven en ingenomen: 1599 -1604
Cartografische beeldkroniek van de strijd om Sluis in 1604
Beeldkroniek I, II, III
Catalogus I, II, III, IV


Catalogus[7]
Dirk de Vries & Piet Lombaerde



10 De bestorming van 7 januari 1602
OOSTENDE, met den geweldigen Generalen storm des vyants. den 7. Ian. Anno 1602. =
Ostende, avecques le terrible assault, faict par l’ennemi, le 7. Janvier l’an
1602.
Gedruckt t’Amsterdam by Baptista va(n) Doetecu(m) oft toe Rotterdam by Ian van Doetechum
, [1602].
Ets en gravure ; 29 x 37,5 cm.
CollBN P 73 N 33.
In de linker bovenhoek een tweede, nog uitvoeriger opschrift binnen een rolwerklijst:
Afcontrefeytinghe der zeer stercke Zee Stadt Oostende, met alle hare Bolle wercken, Ravelynen en Trensscen, die soo wel van onts, als van tiens, gedurende hare belegeringhe daer aen gemaeckt zyn: Oock alle hare ha:venen, revieren, creecken en wateren. Ingelycks de belegeringe der selver Stadt. van den Eertshertoghe Albertus belegert, met alle zyne Fortressen baterien en loop schanssen, en oock alle afdamminge en stoppinge der wateren zeer eygentlich nae ‘t leven afgebeelt. – Le vray et vif pourtraict de la tresforte ville maritime d’Ostende…vivement pour = traict et depeind.

¶ Indicaties met cijfers 1 tot 48 van de versterkingswerken en van de stad in handen van de Staatsen. De positie van de legers van de aartshertog Albrecht en van zijn geallieerde troepen wordt met de letters a tot n aangegeven. Een legende van de cijfers en letters wordt echter niet op de prent voorgesteld. De versterkingswerken van de belegeraar worden met naam aangeduid. De nieuwe haven in de Geul is duidelijk voorgesteld. Ook werd de doorsteek in de oostelijke dijkverbinding tussen de ravelijnen getekend. Daar konden de schepen van de Staatsen of de Engelsen die de havengeul binnenvoeren, tot nabij de Oostpoort doorvaren en er aanleggen.
Deze prent stelt de algemene bestorming van 7 januari 1602 voor. Deze datum is belangrijk in de belegering van meer dan drie jaar van Oostende, omdat ze door zowel de Staatsen als de aartshertogelijke zijde als een sleutelmoment wordt beschouwd. De Staatsen en Engelsen bezongen de afloop van deze mislukte stormloop van de aartshertogelijke legers, waarbij ca. vijfentwintighonderd infanteristen van Albrechts leger verdronken en sneuvelden door het doorsteken van de Tuimeldijk, als hun grootste overwinning. Aan Spaans-Habsburgse zijde werd deze krijgsverrichting als definitieve start van het eindoffensief beschouwd. Daarom komt ze ook voor op het paradehalsstuk van aartshertog Albrecht, bewaard in de Real Armeria te Madrid (cat. A. 434 - A. 441). Als model voor de in zilveren reliëf aangebrachte scène op het harnas werd deze prent (waarschijnlijk de versie van Wilhelm Lützenkirchen, zie hieronder) aangewend.
Er bestaan identieke voorstellingen, waaronder evenwel uitvoerig commentaar op de krijgsverrichtingen vanaf 1572 tot 7 januari 1602 wordt geleverd. Ook worden de cijferidentificaties toegelicht. Vier tekstkolommen in boekdruk zijn dan onderaan de prent toegevoegd. De twee linker kolommen geven in het Nederlands uitleg bij de bestorming van de Spaanse halve maan. De twee rechts bevatten twee reeksen legenden: 48 indicaties met betrekking tot de onderdelen en versterkingswerken van de stad Oostende, en 13 indicaties in verband met de kwartieren van de aartshertogelijke troepen.
Onder de vierde kolom staat het volgende impressum: T’Amsterdam by herman de Buck voor Baptista van Deuticum.
In Orlers’ Den Nassauschen laurencrans (Leiden, 1610) komt een vrij analoge voorstelling van deze bestormingsscène voor, waarop de cijferindicaties van 1 tot 10 terugslaan op de versterkingen van de belegeraar en de letterindicaties van A tot Y de versterkingen van de stad Oostende toelichten.
Jan van Doetecum heeft te Rotterdam eveneens dezelfde afbeelding in een vroegere staat op de markt gebracht, maar zonder weergave van de aanval van de aartshertogelijke troepen op de Spaanse halve maan. Waarschijnlijk was deze vooruitgeschoven versterking ter verdediging van de haven nabij de Oostpoort nog niet opgetrokken op het ogenblik dat deze prent werd gedrukt. Daaruit kunnen we afleiden dat de versie van Jan van Doetecum de oudste is en vóór 15 oktober 1601 werd ontworpen, de dag waarop gestart werd met de bouw van de Spaanse halve maan.
Zeer verwant aan de hier besproken gravure is de gekopieerde versie van Wilhelm Lützenkirchen uit Keulen, die het jaartal 1602 draagt, met als titel: Oostende mit den gewaltigen generalen Sturm so darauff gehalten den 7 Jan.: Anno 1602. Onderaan deze prent komen vier gegraveerde tekstblokken voor. Deze afbeelding is als prent 361 opgenomen in de Geschichtsblätter van Frans en Abraham Hogenberg.
Mogelijk heeft ook Baudart zich door deze voorstelling laten inspireren voor het prentje nr. 250 van het belegerde Oostende in diens Polemographia Avraico-Belgica (Amsterdam 1622). Wel wordt op deze gravure ook de laatste afsnijding binnen de stad Oostende afgebeeld.
Ref.: Bachmann 1965 nr. 797; Hellwig nr. 361; Muller nr. 1162B; Nalis p. 296-297; Paas I nr. PA-1; Verbouwe nr. 213.
Andere exx.: RPK, Amsterdam: Muller 1162B; Stadsarchief, Oostende: KP G006 en G0018; Stadsarchief, Antwerpen: Iconografie, D 15/19.



11 De situatie in het voorjaar van 1604
Zonder titel.
S.l., s.n., [1604].
Gravure ; 28,5 x 37 cm
CollBN 73 N 30
¶ Zowat alle versterkingen van de belegeraar, inclusief de brug van Targone, zijn geïdentificeerd. De onderdelen en bastions van de vesting Oostende zijn met cijfers aangeduid, maar elke legende ervan ontbreekt.
Deze kaart past volkomen in de reeks afleidingen van de kaart van Walter Morgan Wolff en Floris Balthasar. Deze laatste is opgenomen in de Belägerung von der Statt Ostende. IOURNAL (cat. nr. 18), met de erbij horende legenden, samen met de afzonderlijk toegevoegde plattegronden van de stad met de afsnijdingen. Er bestaan ook exemplaren met Duitse en Nederlandse legenden. Een opmerkelijk gegeven is echter dat de brug van Targone op deze prenten ontbreekt, evenals op een prent van Georg Keller (1568-1634), gedateerd 1604.
De hier getoonde gravure doorstaat het best een vergelijking met de prent opgenomen in Edward Grimstone’s, A True History of the Memorable Siege of Ostend, dat in Londen in 1604 verscheen, omdat daarop ook de brug van Targone voorkomt. Zoals Anna Simoni heeft aangetoond, steunt dit werk op een vertaling van de in 1604 te Parijs uitgegeven Histoire remarqvable et veritable de ce qui s’est passé par chacun iour au siege de la ville d’Ostende. De mobiele aanvalsbrug is vlak voor de Spaanse halve maan gelegen, maar de geschutslijnen vanuit de verschillende stellingen zijn weggelaten. In sommige van deze exemplaren komt een dergelijke prent van Oostende voor, waarvan opnieuw verschillende versies bestaan. Zo bevat de gravure opgenomen in het exemplaar van de Universiteitsbibliotheek Leiden (zie catalogus nr. 10) een dubbele voorstelling van de stormbrug.
Een andere prent in de verzameling, met identieke afmetingen, CollBN P73 N31, is een variant zonder de stormbrug. Wel komen op deze gravure twee uitgebreide legenden met verklaring van alle aangebrachte identificaties voor. De thans tentoongestelde kaart geeft samen met deze varianten heel wat informatie over de toestand van de vesting Oostende en haar belegering in het voorjaar van1604.
Ref.: Muller nr. 1205; Verbouwe, nr. 241.
Lit.: Simoni (2003), p. 53, 148-149; Lombaerde (1999), p. 58; Thomas (2004), p. 173-174.
Andere exx.: Koninklijke Bibliotheek, Brussel: Prentenkabinet, S.IV21974; Stadsarchief, Oostende: KP/E010.



12 De belegerde vesting met stormbrug en Grote Kat, 16 februari 1604
Waerachtighe Affbeeldinghe der Stadt Oostende, door den Doorluchtigen Prince Albertus Ertzhertogh van Oostenryck Hertogh van Brabant Grave van Vlaenderen etc den 3. Iulij Anno 1601. tot desen tege(n)woordigen 16. Februarij 1604. belegert, door des selfs Ingenieurs gedaen. Waer by gevoegt is de stormbrugge, alsoo die vanden beleggers meynt gebruijckt te mogen wor­den, om de halve Mane over de Geule te vermeesteren ende inne te nemen.
S.l. : s.n., [1604].
Ets en gravure, ingekleurd ; 22 x 27,5 cm.
CollBN P73 N34.
¶ Onder de prent twee kolommen tekst in boekdruk, links met de legende van de onderdelen van de vesting Verclaringhe vande Bollewercken Sterckten ende Redouten vande Stadt (A-Z, AA, BB, CC), rechts met die van de versterkingen van de belegeraar: Verclaringhe der Batterijen Sterckten Redouten ende andere vande omliggende beleggers na (1-30).
Bijzonder interessant zijn de beide voorstellingen van de stormbrug. Bovenaan rechts op de prent staat de brug voorgesteld met neergelaten voorzijde, terwijl ze onderaan in aanvalspositie tegenover de Spaanse Halve Maan staat. We zien duidelijk dat bij opgeheven stand van het voorste gedeelte, de troepen van de aanvaller bescherming genieten. Wanneer ze eenmaal voldoende dicht bij de wal van de halve maan genaderd is, kan het voorste mobiele deel neergelaten worden.
Ook duidelijk afgebeeld zijn de Grote Kat en de oude westelijke haven. Met behulp van ingekleurde vlagjes, aangebracht op de versterkingen, kunnen de posities van de Staatsen en de Spaanse aartshertogelijke troepen gemakkelijk worden teruggevonden.
Zo merken we op dat de Staatsen ter hoogte van de zuidelijke flank van de stad een kring van vooruitgeschoven forten en halve manen hadden opgetrokken, waarvan op de prent de Zuid Maan door Mons. Frezin (graaf de Fresin) was ingenomen. De stad Oostende staat nog steeds vrij ongehavend op de prent.
Op de rechteroever van de Geul zijn de versterkingen in de polders van Bredene, opgericht door Bucquoy, duidelijk in kaart gebracht. Eigenlijk worden op deze prent vooral de aanvalspogingen vanuit dit tweede kamp van de belegering voorgesteld. Van de approches op de zuidelijke en westelijke flanken is nog weinig te merken. Voor de afsnijdingen binnen Oostende is het nog te vroeg, die komen pas vanaf de maand maart voor.
In Hogenberg’s Geschichtsblätter komt eenzelfde afbeelding voor met twee voorstellingen van de stormbrug, onderaan op de voorgrond met de brugplaat neergelaten en, verkleind, rechts bovenaan met opstaande plaat. Daaronder volgt in gegraveerde Duitse tekst de verklaring van de onderdelen van de stormbrug, van alle voorgestelde versterkingswerken van de belegeraar en van de vesting Oostende.
Ref.: Hellwig nr. 374; Muller nr. 1209.



13 De laatste weken voor de overgave, zomer 1604
OOSTENDE /
[door] Floris Balthasar.
Delft: Floris Balthasar, [1604].
Gravure ; 40 x 49 cm.
CollBN P73 N 32.
¶ Met opdracht aan de Staten-Generaal in rechthoekige lijst tegen de rechter kaderrand: Excellentiss. Potentiss. q. ordinibus...delineator, descriptor editor Florentius Balthazarius Delphensis DD. Bovenaan de kaart worden in het midden de wapenschilden respectievelijk van Oranje-Nassau (links) en van het Spaanse koningshuis (rechts) voorgesteld. In het midden staat een gevleugelde Fama, tevens allegorie van de Vrede, met in de linkerhand een palmtak, scepter en lauwerkrans, en in de rechterhand een zegetak (oranjebloesem verwijzend naar Oranje-Nassau?) en lauwerkrans. Rondom deze figuur komt een zesregelig vers in het Nederlands voor: D’uwtcomst met eer : van u, o Heer […] u volk zeer blij op U vertrouwen. Ondanks het voorkomen op de kaart van cijferaanduidingen is geen legende toegevoegd.
Dank zij een Latijns vers van elf regels door Hugo Grotius, Area parva ducum, totus quam respicit Orbis […], is deze kaart beroemd geworden. Later werd het ook in het Frans en Engels vertaald, en mede opgenomen in Haestens’ Beschrijvinghe, Des machtigen Heyrtochts uyt Hollandt nae Vlaenderen (Leiden 1614). Volgens Anna Simoni wordt in Hatfield House een vroegere staat van deze kaart bewaard, waarop de naam van Grotius echter niet voorkomt.
Deze kaart is goed vergelijkbaar met de kaart uit de Flandria Illustrata van Sanderus, dat bij Joan Blaeu in twee delen in 1644 verscheen. De lege rolwerklijst in de linker bovenhoek van de prent van Balthasar is in de Sanderusversie opgevuld met een voorstelling van de wederopgebouwde stad Oostende anno 1641. Mogelijk heeft de prent van Floris Balthasar als model gediend voor deze veel latere uitgave en ook voor latere varianten.
Volgens een inscriptie op de kaart, aangebracht onderaan links, steunt de voorstelling van dit tafereel op gegevens van Ravo Dexter, ‘centuratio et machinarius Principis’. Ralph (of Raeff) Dexter, die zowel ingenieur als cartograaf was, ontwierp samen met ingenieur David van Orliens verschillende nieuwe verdedigingswerken voor Oostende. Zij waren de initiatiefnemers van de afsnijdingen die vanaf maart 1604 binnen de zwaar belegerde stad werden opgetrokken. Daarom stelt deze kaart, meer dan elke andere, deze laatste versterkingen op een zeer gedetailleerde wijze voor. Vooral het Cleen Troyen wordt treffend geportretteerd. Aan de bouw ervan nam hij echter niet meer deel, daar hij vanwege ziekte op 15 maart 1604 de stad moest verlaten en terugkeerde naar Holland.
Ref.: Muller nr.1204; Verbouwe nr. 237.
Lit.: Bodel Nijenhuis (1845), p. 13, nr. 6; Simoni (2003), p. 124 en 189; Westra (1992), p. 62 en 71; Eijffinger (1981), p. 56.
Andere exx.: Vredespaleis, Den Haag; Hatfield House.



14 De laatste fase met de drie afsnijdingen en ‘Nova Troia’, 1604
De Bloedige ende strenge Belegeringhe Der Stadt Oostende in Vlaenderen.

Leyden: Henrick van Haestens, 1613.
174 pp. ; 20 cm.
Met 14 ingekleurde prenten.
Opening: prent nr. 8.
1123 A 2
¶ Dit is een van de bekendste werken over het beleg van Oostende. De auteur Henrick van Haestens (?- 1629) is een calvinist uit Gelderland. Tussen 1596 en 1621 was hij als drukker werkzaam in Leiden. Een tweede editie werd reeds in 1614 op de markt gebracht. Van dit werk bestaat ook een Franse vertaling, La nouvelle Troye ou memorable histoire du Siege d’Ostende, verschenen te Leiden bij Elsevier in 1615, welke uitgave nagenoeg dezelfde is als de Histoire remarquable et veritable (zie hierna bij nummer 15).
Het boek ligt geopend bij prent nr. 8, met de voorstelling van de drie afsnijdingen, met inbegrip van Nova Troia. Deze afbeelding is ook opgenomen in de Belägerung der Statt Ostende (cat.nr. 18). Anna Simoni vermoedt dat Van Haestens in het bezit van de koperplaten van de prenten uit de Belägerung is gekomen.
De volgende veertien prenten uit Haestens’ Bloedige en strenge belegeringhe geven een gedocumenteerd beeldverslag van het verloop van het beleg: N° 1: ‘Scheepsstrijt ter Zee, Daer Jonckheer Jan van Duyvenvoorde Admirael van Hollandt, slaet teghens vier Spaensche Galeyen ende eenige fregaten van Sluys ende drijft se inde vlucht’, N° 2: Het Luysbos, N° 3: het fort Albertus, N° 4: de massale aanval van 7 januari 1602, N° 5: de eerste afsnijding, N° 6: het Kerstmisbestand op 25 december 1603, N° 7: bezoek van de aartshertogen Albrecht en Isabella aan de belegering van de stad in december 1603, N° 8: de afsnijdingen en het Nieuwe Troje, N° 9: de bestorming van 7 januari 1602, N° 10: aanval van de aartshertogelijke troepen op de polderwerken in april 1603, N° 11: Zeeslag, N° 12: overzicht over de versterkingen van Oostende in zuidelijke richting, met aanduiding van de ‘eerste, tweede en derde verkleiningen’, N° 13: de stormbrug van Targone, N° 14: belegerings- en aanvalstuigen van Targone e.a.
Ref.: Allossery nr. 1834; Muller nr. 1215;
Lit.: Simoni (1985); Simoni (2003), p. 13-26, 63-64; Thomas (2004), p. 169.
Andere exx.: Stadsbibliotheek, Antwerpen: K 17937; Centrale Bibliotheek Katholieke Universiteit Leuven: BTAB, 7A 1498; Stadsbibliotheek, Oostende: inv.nr. H.147/1; Universiteitsbibliotheek, Leiden: 1123 A 2;



15 Contemporain verslag van het beleg, uitgegeven te Parijs in 1604
Histoire remarquable et veritable de ce qui s’est passé par chacun iour au siege de la ville d’Ostende, de part & d’autre iusques à present. Contenant lesassaults, allarmes, deffenses, inuentions de guerre, mines, contremines, & retranchements, combats des Galleres & rencontres Naualles, auec le portrait de la ville. Et ce qui s’est passé en l’isle de Cadsandt & au siege de l’Escluse à l’arriuee du Comte Maurice.
Paris : Ieremie Perier, 1604.
133 p. ; 17 cm.
1367 G 4
Opening: titelpagina met drukkersinsigne van Bellerophon die, gezeten op het gevleugelde paard Pegasus, het monster Chimaera bestrijdt. Dit is het drukkersinsigne van de Parijse uitgever Jérémie Perier.
¶ Deze publicatie is belangrijk, omdat het de hoofdbron was voor Haestens’ De Bloedighe ende strenge Belegeringhe. Uit de inleiding van de uitgever valt af te leiden dat de Franse tekst op zijn beurt weer een vertaling is van de oudere Duitse tekst die in de Belägerung von der Statt Ostende. IOURNAL (catalogus nr. 18) is opgenomen.
In de uitgave van Perier wordt een gravure van de belegering van Oostende, met Franse legenden, bewaard.
De voorstelling van de belegerde stad beantwoordt geheel aan die van Wolff en Balthasar, met bovenaan op de kaart een afbeelding van de stormbrug van Targone, in gesloten stand. Deze brug wordt ook in aanvalspositie vlak vóór de Spaanse halve maan weergegeven. Kettingen en paarden dienden de brug op de juiste plaats te rollen. Ook deze handeling wordt nauwgezet op de gravure voorgesteld. Een analoge afbeelding kan teruggevonden worden in A True History of the Memorable Siege of Ostend, maar met opschriften in het Engels.
Volgens Anna Simoni zou er ook een tweede versie van deze publicatie bestaan, waar de naam van de uitgever veranderd is in die van Adrian Beys. Het insigne van Perier’s huis Bellerophon in de rue St.-Jacques bleef echter staan.
Achterin het boek zit een losse prent van de bestorming op de eerste afsnijding, die eveneens uit de Belägerung der Statt Ostende is overgenomen.
Lit.: Van Sypesteyn (1887), p. 2-3; Simoni (2003), p. 30-32.
Ander ex.: Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: Knuttel 1268.



10 De bestorming van 7 januari 1602
OOSTENDE, met den geweldigen Generalen storm des vyants. den 7. Ian. Anno 1602. =
Ostende, avecques le terrible assault, faict par l’ennemi, le 7. Janvier l’an 1602.
Gedruckt t’Amsterdam by Baptista va(n) Doetecu(m) oft toe Rotterdam by Ian van Doetechum
, [1602].
Ets en gravure ; 29 x 37,5 cm.
CollBN P 73 N 33.
In de linker bovenhoek een tweede, nog uitvoeriger opschrift binnen een rolwerklijst:
Afcontrefeytinghe der zeer stercke Zee Stadt Oostende, met alle hare Bolle wercken, Ravelynen en Trensscen, die soo wel van onts, als van tiens, gedurende hare belegeringhe daer aen gemaeckt zyn: Oock alle hare ha:venen, revieren, creecken en wateren. Ingelycks de belegeringe der selver Stadt. van den Eertshertoghe Albertus belegert, met alle zyne Fortressen baterien en loop schans­sen, en oock alle afdamminge en stoppinge der wateren zeer eygentlich nae ‘t leven afgebeelt. – Le vray et vif pourtraict de la tresforte ville maritime d’Ostende…vivement pour = traict et depeind.
¶ Indicaties met cijfers 1 tot 48 van de versterkingswerken en van de stad in handen van de Staatsen. De positie van de legers van de aartshertog Albrecht en van zijn geallieerde troepen wordt met de letters a tot n aangegeven. Een legende van de cijfers en letters wordt echter niet op de prent voorgesteld. De versterkingswerken van de belegeraar worden met naam aangeduid. De nieuwe haven in de Geul is duidelijk voorgesteld. Ook werd de doorsteek in de oostelijke dijkverbinding tussen de ravelijnen getekend. Daar konden de schepen van de Staatsen of de Engelsen die de havengeul binnenvoeren, tot nabij de Oostpoort doorvaren en er aanleggen.
Deze prent stelt de algemene bestorming van 7 januari 1602 voor. Deze datum is belangrijk in de belegering van meer dan drie jaar van Oostende, omdat ze door zowel de Staatsen als de aartshertogelijke zijde als een sleutelmoment wordt beschouwd. De Staatsen en Engelsen bezongen de afloop van deze mislukte stormloop van de aartshertogelijke legers, waarbij ca. vijfentwintighonderd infanteristen van Albrechts leger verdronken en sneuvelden door het doorsteken van de Tuimeldijk, als hun grootste overwinning. Aan Spaans-Habsburgse zijde werd deze krijgsverrichting als definitieve start van het eindoffensief beschouwd. Daarom komt ze ook voor op het paradehalsstuk van aartshertog Albrecht, bewaard in de Real Armeria te Madrid (cat. A. 434 - A. 441). Als model voor de in zilveren reliëf aangebrachte scène op het harnas werd deze prent (waarschijnlijk de versie van Wilhelm Lützenkirchen, zie hieronder) aangewend.
Er bestaan identieke voorstellingen, waaronder evenwel uitvoerig commentaar op de krijgsverrichtingen vanaf 1572 tot 7 januari 1602 wordt geleverd. Ook worden de cijferidentificaties toegelicht. Vier tekstkolommen in boekdruk zijn dan onderaan de prent toegevoegd. De twee linker kolommen geven in het Nederlands uitleg bij de bestorming van de Spaanse halve maan. De twee rechts bevatten twee reeksen legenden: 48 indicaties met betrekking tot de onderdelen en versterkingswerken van de stad Oostende, en 13 indicaties in verband met de kwartieren van de aartshertogelijke troepen.
Onder de vierde kolom staat het volgende impressum: T’Amsterdam by herman de Buck voor Baptista van Deuticum.
In Orlers’ Den Nassauschen laurencrans (Leiden, 1610) komt een vrij analoge voorstelling van deze bestormingsscène voor, waarop de cijferindicaties van 1 tot 10 terugslaan op de versterkingen van de belegeraar en de letterindicaties van A tot Y de versterkingen van de stad Oostende toelichten.
Jan van Doetecum heeft te Rotterdam eveneens dezelfde afbeelding in een vroegere staat op de markt gebracht, maar zonder weergave van de aanval van de aartshertogelijke troepen op de Spaanse halve maan. Waarschijnlijk was deze vooruitgeschoven versterking ter verdediging van de haven nabij de Oostpoort nog niet opgetrokken op het ogenblik dat deze prent werd gedrukt. Daaruit kunnen we afleiden dat de versie van Jan van Doetecum de oudste is en vóór 15 oktober 1601 werd ontworpen, de dag waarop gestart werd met de bouw van de Spaanse halve maan.
Zeer verwant aan de hier besproken gravure is de gekopieerde versie van Wilhelm Lützenkirchen uit Keulen, die het jaartal 1602 draagt, met als titel: Oostende mit den gewaltigen generalen Sturm so darauff gehalten den 7 Jan.: Anno 1602. Onderaan deze prent komen vier gegraveerde tekstblokken voor. Deze afbeelding is als prent 361 opgenomen in de Geschichtsblätter van Frans en Abraham Hogenberg.
Mogelijk heeft ook Baudart zich door deze voorstelling laten inspireren voor het prentje nr. 250 van het belegerde Oostende in diens Polemographia Avraico-Belgica (Amsterdam 1622). Wel wordt op deze gravure ook de laatste afsnijding binnen de stad Oostende afgebeeld.
Ref.: Bachmann 1965 nr. 797; Hellwig nr. 361; Muller nr. 1162B; Nalis p. 296-297; Paas I nr. PA-1; Verbouwe nr. 213.
Andere exx.: RPK, Amsterdam: Muller 1162B; Stadsarchief, Oostende: KP G006 en G0018; Stadsarchief, Antwerpen: Iconografie, D 15/19.



11 De situatie in het voorjaar van 1604
Zonder titel.
S.l., s.n., [1604].
Gravure ; 28,5 x 37 cm
CollBN 73 N 30
¶ Zowat alle versterkingen van de belegeraar, inclusief de brug van Targone, zijn geïdentificeerd. De onderdelen en bastions van de vesting Oostende zijn met cijfers aangeduid, maar elke legende ervan ontbreekt.
Deze kaart past volkomen in de reeks afleidingen van de kaart van Walter Morgan Wolff en Floris Balthasar. Deze laatste is opgenomen in de Belägerung von der Statt Ostende. IOURNAL (cat. nr. 18), met de erbij horende legenden, samen met de afzonderlijk toegevoegde plattegronden van de stad met de afsnijdingen. Er bestaan ook exemplaren met Duitse en Nederlandse legenden. Een opmerkelijk gegeven is echter dat de brug van Targone op deze prenten ontbreekt, evenals op een prent van Georg Keller (1568-1634), gedateerd 1604.
De hier getoonde gravure doorstaat het best een vergelijking met de prent opgenomen in Edward Grimstone’s, A True History of the Memorable Siege of Ostend, dat in Londen in 1604 verscheen, omdat daarop ook de brug van Targone voorkomt. Zoals Anna Simoni heeft aangetoond, steunt dit werk op een vertaling van de in 1604 te Parijs uitgegeven Histoire remarqvable et veritable de ce qui s’est passé par chacun iour au siege de la ville d’Ostende. De mobiele aanvalsbrug is vlak voor de Spaanse halve maan gelegen, maar de geschutslijnen vanuit de verschillende stellingen zijn weggelaten. In sommige van deze exemplaren komt een dergelijke prent van Oostende voor, waarvan opnieuw verschillende versies bestaan. Zo bevat de gravure opgenomen in het exemplaar van de Universiteitsbibliotheek Leiden (zie catalogus nr. 10) een dubbele voorstelling van de stormbrug.
Een andere prent in de verzameling, met identieke afmetingen, CollBN P73 N31, is een variant zonder de stormbrug. Wel komen op deze gravure twee uitgebreide legenden met verklaring van alle aangebrachte identificaties voor. De thans tentoongestelde kaart geeft samen met deze varianten heel wat informatie over de toestand van de vesting Oostende en haar belegering in het voorjaar van1604.
Ref.: Muller nr. 1205; Verbouwe, nr. 241.
Lit.: Simoni (2003), p. 53, 148-149; Lombaerde (1999), p. 58; Thomas (2004), p. 173-174.
Andere exx.: Koninklijke Bibliotheek, Brussel: Prentenkabinet, S.IV21974; Stadsarchief, Oostende: KP/E010.



12 De belegerde vesting met stormbrug en Grote Kat, 16 februari 1604
Waerachtighe Affbeeldinghe der Stadt Oostende, door den Doorluchtigen Prince Albertus Ertzhertogh van Oostenryck Hertogh van Brabant Grave van Vlaenderen etc den 3. Iulij Anno 1601. tot desen tege(n)woordigen 16. Februarij 1604. belegert, door des selfs Ingenieurs gedaen. Waer by gevoegt is de stormbrugge, alsoo die vanden beleggers meynt gebruijckt te mogen worden, om de halve Mane over de Geule te vermeesteren ende inne te nemen.
S.l. : s.n., [1604].
Ets en gravure, ingekleurd ; 22 x 27,5 cm.
CollBN P73 N34.
¶ Onder de prent twee kolommen tekst in boekdruk, links met de legende van de onderdelen van de vesting Verclaringhe vande Bollewercken Sterckten ende Redouten vande Stadt (A-Z, AA, BB, CC), rechts met die van de versterkingen van de belegeraar: Verclaringhe der Batterijen Sterckten Redouten ende andere vande omliggende beleggers na (1-30).
Bijzonder interessant zijn de beide voorstellingen van de stormbrug. Bovenaan rechts op de prent staat de brug voorgesteld met neergelaten voorzijde, terwijl ze onderaan in aanvalspositie tegenover de Spaanse Halve Maan staat. We zien duidelijk dat bij opgeheven stand van het voorste gedeelte, de troepen van de aanvaller bescherming genieten. Wanneer ze eenmaal voldoende dicht bij de wal van de halve maan genaderd is, kan het voorste mobiele deel neergelaten worden.
Ook duidelijk afgebeeld zijn de Grote Kat en de oude westelijke haven. Met behulp van ingekleurde vlagjes, aangebracht op de versterkingen, kunnen de posities van de Staatsen en de Spaanse aartshertogelijke troepen gemakkelijk worden teruggevonden.
Zo merken we op dat de Staatsen ter hoogte van de zuidelijke flank van de stad een kring van vooruitgeschoven forten en halve manen hadden opgetrokken, waarvan op de prent de Zuid Maan door Mons. Frezin (graaf de Fresin) was ingenomen. De stad Oostende staat nog steeds vrij ongehavend op de prent.
Op de rechteroever van de Geul zijn de versterkingen in de polders van Bredene, opgericht door Bucquoy, duidelijk in kaart gebracht. Eigenlijk worden op deze prent vooral de aanvalspogingen vanuit dit tweede kamp van de belegering voorgesteld. Van de approches op de zuidelijke en westelijke flanken is nog weinig te merken. Voor de afsnijdingen binnen Oostende is het nog te vroeg, die komen pas vanaf de maand maart voor.
In Hogenberg’s Geschichtsblätter komt eenzelfde afbeelding voor met twee voorstellingen van de stormbrug, onderaan op de voorgrond met de brugplaat neergelaten en, verkleind, rechts bovenaan met opstaande plaat. Daaronder volgt in gegraveerde Duitse tekst de verklaring van de onderdelen van de stormbrug, van alle voorgestelde versterkingswerken van de belegeraar en van de vesting Oostende.
Ref.: Hellwig nr. 374; Muller nr. 1209.



13 De laatste weken voor de overgave, zomer 1604
OOSTENDE /
[door] Floris Balthasar.
Delft: Floris Balthasar, [1604].
Gravure ; 40 x 49 cm.
CollBN P73 N 32.
¶ Met opdracht aan de Staten-Generaal in rechthoekige lijst tegen de rechter kaderrand: Excellentiss. Potentiss. q. ordinibus...delineator, descriptor editor Florentius Balthazarius Delphensis DD. Bovenaan de kaart worden in het midden de wapenschilden respectievelijk van Oranje-Nassau (links) en van het Spaanse koningshuis (rechts) voorgesteld. In het midden staat een gevleugelde Fama, tevens allegorie van de Vrede, met in de linkerhand een palmtak, scepter en lauwerkrans, en in de rechterhand een zegetak (oranjebloesem verwijzend naar Oranje-Nassau?) en lauwerkrans. Rondom deze figuur komt een zesregelig vers in het Nederlands voor: D’uwtcomst met eer : van u, o Heer […] u volk zeer blij op U vertrouwen. Ondanks het voorkomen op de kaart van cijferaanduidingen is geen legende toegevoegd.
Dank zij een Latijns vers van elf regels door Hugo Grotius, Area parva ducum, totus quam respicit Orbis […], is deze kaart beroemd geworden. Later werd het ook in het Frans en Engels vertaald, en mede opgenomen in Haestens’ Beschrijvinghe, Des machtigen Heyrtochts uyt Hollandt nae Vlaenderen (Leiden 1614). Volgens Anna Simoni wordt in Hatfield House een vroegere staat van deze kaart bewaard, waarop de naam van Grotius echter niet voorkomt.
Deze kaart is goed vergelijkbaar met de kaart uit de Flandria Illustrata van Sanderus, dat bij Joan Blaeu in twee delen in 1644 verscheen. De lege rolwerklijst in de linker bovenhoek van de prent van Balthasar is in de Sanderusversie opgevuld met een voorstelling van de wederopgebouwde stad Oostende anno 1641. Mogelijk heeft de prent van Floris Balthasar als model gediend voor deze veel latere uitgave en ook voor latere varianten.
Volgens een inscriptie op de kaart, aangebracht onderaan links, steunt de voorstelling van dit tafereel op gegevens van Ravo Dexter, ‘centuratio et machinarius Principis’. Ralph (of Raeff) Dexter, die zowel ingenieur als cartograaf was, ontwierp samen met ingenieur David van Orliens verschillende nieuwe verdedigingswerken voor Oostende. Zij waren de initiatiefnemers van de afsnijdingen die vanaf maart 1604 binnen de zwaar belegerde stad werden opgetrokken. Daarom stelt deze kaart, meer dan elke andere, deze laatste versterkingen op een zeer gedetailleerde wijze voor. Vooral het Cleen Troyen wordt treffend geportretteerd. Aan de bouw ervan nam hij echter niet meer deel, daar hij vanwege ziekte op 15 maart 1604 de stad moest verlaten en terugkeerde naar Holland.
Ref.: Muller nr.1204; Verbouwe nr. 237.
Lit.: Bodel Nijenhuis (1845), p. 13, nr. 6; Simoni (2003), p. 124 en 189; Westra (1992), p. 62 en 71; Eijffinger (1981), p. 56.
Andere exx.: Vredespaleis, Den Haag; Hatfield House.



14 De laatste fase met de drie afsnijdingen en ‘Nova Troia’, 1604
De Bloedige ende strenge Belegeringhe Der Stadt Oostende in Vlaenderen.

Leyden: Henrick van Haestens, 1613.
174 pp. ; 20 cm.
Met 14 ingekleurde prenten.
Opening: prent nr. 8.
1123 A 2
¶ Dit is een van de bekendste werken over het beleg van Oostende. De auteur Henrick van Haestens (?- 1629) is een calvinist uit Gelderland. Tussen 1596 en 1621 was hij als drukker werkzaam in Leiden. Een tweede editie werd reeds in 1614 op de markt gebracht. Van dit werk bestaat ook een Franse vertaling, La nouvelle Troye ou memorable histoire du Siege d’Ostende, verschenen te Leiden bij Elsevier in 1615, welke uitgave nagenoeg dezelfde is als de Histoire remarquable et veritable (zie hierna bij nummer 15).
Het boek ligt geopend bij prent nr. 8, met de voorstelling van de drie afsnijdingen, met inbegrip van Nova Troia. Deze afbeelding is ook opgenomen in de Belägerung der Statt Ostende (cat.nr. 18). Anna Simoni vermoedt dat Van Haestens in het bezit van de koperplaten van de prenten uit de Belägerung is gekomen.
De volgende veertien prenten uit Haestens’ Bloedige en strenge belegeringhe geven een gedocumenteerd beeldverslag van het verloop van het beleg: N° 1: ‘Scheepsstrijt ter Zee, Daer Jonckheer Jan van Duyvenvoorde Admirael van Hollandt, slaet teghens vier Spaensche Galeyen ende eenige fregaten van Sluys ende drijft se inde vlucht’, N° 2: Het Luysbos, N° 3: het fort Albertus, N° 4: de massale aanval van 7 januari 1602, N° 5: de eerste afsnijding, N° 6: het Kerstmisbestand op 25 december 1603, N° 7: bezoek van de aartshertogen Albrecht en Isabella aan de belegering van de stad in december 1603, N° 8: de afsnijdingen en het Nieuwe Troje, N° 9: de bestorming van 7 januari 1602, N° 10: aanval van de aartshertogelijke troepen op de polderwerken in april 1603, N° 11: Zeeslag, N° 12: overzicht over de versterkingen van Oostende in zuidelijke richting, met aanduiding van de ‘eerste, tweede en derde verkleiningen’, N° 13: de stormbrug van Targone, N° 14: belegerings- en aanvalstuigen van Targone e.a.
Ref.: Allossery nr. 1834; Muller nr. 1215;
Lit.: Simoni (1985); Simoni (2003), p. 13-26, 63-64; Thomas (2004), p. 169.
Andere exx.: Stadsbibliotheek, Antwerpen: K 17937; Centrale Bibliotheek Katholieke Universiteit Leuven: BTAB, 7A 1498; Stadsbibliotheek, Oostende: inv.nr. H.147/1; Universiteitsbibliotheek, Leiden: 1123 A 2;



15 Contemporain verslag van het beleg, uitgegeven te Parijs in 1604
Histoire remarquable et veritable de ce qui s’est passé par chacun iour au siege de la ville d’Ostende, de part & d’autre iusques à present. Contenant lesassaults, allarmes, deffenses, inuentions de guerre, mines, contremines, & retranchements, combats des Galleres & rencontres Naualles, auec le portrait de la ville. Et ce qui s’est passé en l’isle de Cadsandt & au siege de l’Escluse à l’arriuee du Comte Maurice.
Paris : Ieremie Perier, 1604.
133 p. ; 17 cm.
1367 G 4
Opening: titelpagina met drukkersinsigne van Bellerophon die, gezeten op het gevleugelde paard Pegasus, het monster Chimaera bestrijdt. Dit is het drukkersinsigne van de Parijse uitgever Jérémie Perier.
¶ Deze publicatie is belangrijk, omdat het de hoofdbron was voor Haestens’ De Bloedighe ende strenge Belegeringhe. Uit de inleiding van de uitgever valt af te leiden dat de Franse tekst op zijn beurt weer een vertaling is van de oudere Duitse tekst die in de Belägerung von der Statt Ostende. IOURNAL (catalogus nr. 18) is opgenomen.
In de uitgave van Perier wordt een gravure van de belegering van Oostende, met Franse legenden, bewaard.
De voorstelling van de belegerde stad beantwoordt geheel aan die van Wolff en Balthasar, met bovenaan op de kaart een afbeelding van de stormbrug van Targone, in gesloten stand. Deze brug wordt ook in aanvalspositie vlak vóór de Spaanse halve maan weergegeven. Kettingen en paarden dienden de brug op de juiste plaats te rollen. Ook deze handeling wordt nauwgezet op de gravure voorgesteld. Een analoge afbeelding kan teruggevonden worden in A True History of the Memorable Siege of Ostend, maar met opschriften in het Engels.
Volgens Anna Simoni zou er ook een tweede versie van deze publicatie bestaan, waar de naam van de uitgever veranderd is in die van Adrian Beys. Het insigne van Perier’s huis Bellerophon in de rue St.-Jacques bleef echter staan. 
Achterin het boek zit een losse prent van de bestorming op de eerste afsnijding, die eveneens uit de Belägerung der Statt Ostende is overgenomen.
Lit.: Van Sypesteyn (1887), p. 2-3; Simoni (2003), p. 30-32.
Ander ex.: Koninklijke Bibliotheek, Den Haag: Knuttel 1268



vorige pagina volgende pagina