Bibliotheken Tentoonstellingen Balkan in kaart

Balkan in kaart

Uitgebreid commentaar kaart 5

5. Prof. Ahmet Gashi. ShqipŽria, HartŽ Etnike, Shkalla 1 : 550.000. Albania, Ethnic Map, Scale 1: 550.000. Z.p. z.j. (Tirana 2001). 95 x 54 cm. (Y.2a.1)

∂ Deze Ďetnische kaartí hoort bij de nationale mythe en de actuele situatie van AlbaniŽ. De mythe krijgt vorm op de Liga van Prizren (1878-1881) waar de nationale identiteit van soennitische moslims, bektasji-soefiís (zie kaart 34), katholieken en orthodoxen gebaseerd wordt op hun gemeenschappelijke albanese taal. Voortaan rekenen albanezen zich, als nakomelingen van de IllyriŽrs, tot de oudste volkeren van de Balkan. In de loop van de geschiedenis moeten zij hun onafhankelijkheid, of tenminste hun autonomie, keer op keer verdedigen tegen vreemde indringers. Tegenover laatkomers zoals de serven, stellen zij het recht van de eerstgeborene op hun aloude territoir. De Ďetnische kaartí uit 2001 gaat ervan uit dat de albaneestaligen de Ďhistorische eigenarení zijn van het door paars-zwarte grenslijnen afgebakende gebied.
De vraag moet gesteld: kan deze Ďetnische kaartí uit Tirana getypeerd wor≠den als een kaart van Groot-AlbaniŽ? Albanezen, in AlbaniŽ ťn in het Westen, reageren op deze vraag met onbegrip, soms zijn ze zelfs verontwaardigd. Het blijkt dat zij zich door de term Groot-AlbaniŽ op ťťn lijn gesteld voelen met ideologisch verblinde voorstanders van een Groot- ServiŽ, en van andere groot-nationale bewegingen, die desnoods hun programma realiseren met bloedige zuiveringen. De etnische kaart van AlbaniŽ vormt in hun ogen juist de uitdrukking van een vreedzaam streven dat beoogt een groot historisch onrecht - dat in 1913 de helft van de albanezen buiten de eigen staat gesloten werd - ongedaan te maken. Ik zie dat toch anders; om vier redenen is deze kaart verdacht. Allereerst omsluit de paars-zwarte grens diverse grote gebieden waar tegenwoordig nog maar kleine groepen albaneessprekenden wonen. Eťn voorbeeld is het nu Griekse Epirus. Toegegeven, veel albanese moslims zijn rond 1928 van hier naar Turkije en rond 1948 naar AlbaniŽ verdreven en het merendeel van de Grieks-orthodoxe albanezen heeft zich noodgedwongen geassimileerd aan de griekse taal en cultuur. Hoe onrechtvaardig ook, deze geschiedenis neemt geen keer. Tegenwoordig leven en werken er aanzienlijk meer albanezen, al of niet legaal, in en rond Athene. Deze kaart is dus hopeloos gedateerd. Bovendien geeft zij binnen het etnisch-albanese gebied geen andere grenzen aan dan die van het Ďmoederlandí. Zij wekt daarmee de indruk dat internationaal erkende grenzen irrelevant zijn bij het streven naar een vereniging van alle albanezen, maar dat is een gevaarlijke illusie. Deze etnische kaart maakt ook geen onderscheid tussen meerderheid en minderheid. Zo kent een groot deel van het MacedoniŽ (Former Yugoslav Republic of Macedonia) binnen dit etnisch-AlbaniŽ geen albanese meerderheid; behalve in het noordwesten. Ook etnische minderheden binnen AlbaniŽ zelf, de grieks sprekende orthodoxen, de roma, de vlachen en de slavische macedoniŽrs worden niet getoond. En dat noemt men een etnische kaart. Tot slot: dergelijke kaarten worden ook als basiskaart gebruikt door een niet onbelangrijke stroming rond het U«K dat desnoods met geweld alle albanezen wil verenigen in ťťn staat (zie nr. 6), al komt daardoor de Balkan weer in brand te staan.

Dan is het voorstel van de Academie van Wetenschappen van AlbaniŽ uit 1998 toch gematigder. Ook zij gaat uit van een eenwording van het albaanse volk, maar niet op de ultranationalistische manier. Zij bepleit een vreedzame weg binnen het kader van een geleidelijke integratie van de Balkanlanden in de Europese Unie. Het gaat hun er juist om de helft van het albanese volk te bevrijden van het juk van agressief nationalisme. Ook bepleit zij dat de Republiek Kosova erkend wordt als medeconstituerend voor de Federale Republiek van JoegoslaviŽ, dat de albanezen in MacedoniŽ als gelijke burgers behandeld worden, dat de albanezen in Montenegro een autonome provincie krijgen en dat de albanese kinderen in Griekenland recht hebben op lessen in hun moedertaal op openbare scholen. JoegoslaviŽ heeft inmiddels opgehouden te bestaan, maar de noodzaak van een vreedzame aanpak van de problemen is niet minder actueel. [Harrie Teunissen]


vorige pagina volgende pagina