Bibliotheken Tentoonstellingen Balkan in kaart

Balkan in kaart

Vijf eeuwen strijd om identiteit

Tentoonstelling van 4 september tot 16 oktober 2003 in de Universiteitsbibliotheek
Samenstelling: Harrie Teunissen en John Steegh

Tentoonstelling    

kaarten 1 - 6,  7 - 910 - 1920 - 2930 - 3940 - 47 

Tenzij anders vermeld zijn de hier beschreven kaarten en gerelateerde stukken afkomstig uit de ĎCollectie Steegh & Teunissení, te Leiden. Aan het eind van iedere uitgebreide objectbeschrijving is de naam van de auteur vermeld.


 
1. General Constantin Teodorescu & professor Vasile Meritiu. Rom‚nia Mare cu numirele rom‚nesti ale tuturor localitatilor. (Groot-RoemeniŽ met roemeense namen van alle plaatsen). Boekarest 1919. Schaal 1 : 650.000. 107 x 143 cm. (W.2p.12)

U ziet RoemeniŽ op zijn grootst. Het komt voort uit de
samenvoeging in 1861 van de vorstendommen
MoldaviŽ en Walachije, eeuwenlang vazalstaten van het Ottomaanse Rijk. Als gevolg van de nederlaag en vervolgens het uiteenvallen van de veelvolkeren staat Oostenrijk-Hongarije in de Eerste Wereldoorlog en de Russische Oktoberrevolutie is de staat in omvang en bevolking meer dan verdubbeld. Nu horen ook TranssylvaniŽ, de Boekovina en BessarabiŽ er bij. Definitieve westgrenzen worden pas vastgesteld bij het Verdrag van Trianon (juli 1920) en liggen enige tientallen kilometers oostelijker dan de stippellijn op het grensgebied van RoemeniŽ en Hongarije. Ook de Banaat wordt verdeeld tussen JoegoslaviŽ en RoemeniŽ. Desondanks verblijven sindsdien ettelijke miljoenen hongaarstaligen op Roemeens territoir. (meer)

 

2.  Karta na Bulgarija. (Kaart van Bulgarije).
Z.p. z.j. (Sofia ca. 1894).  Schaal 1 : 420.000. 4 van de 10 vellen: 90 x 127 cm. (W.2e.8)

Na de Russisch-Turkse Oorlog dicteert overwinnaar Rusland maart 1878 het Verdrag van San Stefano. Het voorziet in een autonoom Bulgarije met een christelijke vorst. 'San Stefano-Bulgarije', van de
Zwarte tot de EgeÔsche Zee, omvat ook het merendeel van MacedoniŽ en ThraciŽ. Vier maanden later reduceert het Congres van Berlijn het nieuwe vorstendom tot het gebied tussen het Balkangebergte en de Donau met Vidin en Sofia. Daarnaast ontstaat Oost-RoemeliŽ, een autonome provincie binnen het Ottomaanse Rijk met Plovdiv als gouverneursstad. De doorwerking van 'de verkrachting van San Stefano' is enorm. Een machtige beweging wil het onrecht wreken, hen aangedaan door de grote mogendheden. Voortaan ijvert en strijdt zij voor de realisering van Groot-Bulgarije, d.w.z. San Stefano-Bulgarije plus de Dobroedsja (ten zuiden van de Donau-delta) en inclusief de steden Salonika en Edirne. Een eerste stap is de annexatie van Oost-RoemeliŽ in september 1885. De grens tussen voormalig Oost-RoemeliŽ en 'Klein-Bulgarije' is nog aangegeven. De kaart past bij het nationalistische programma, op de onderste vellen staat geen vierkante meter Bulgaars grondgebied. (meer)

 

3.  Lt-Colonel M. Botzaris. G.Q.G. de l'Armťe Hellťnique, Etat-Major Avant 2e Bureau (section des affaires politiques): Carte Ethnographique de l'…pire du Nord en 1913. Thessaloniki 1919.
Schaal 1 : 200.000. 101,5 x 71,5 cm. (W.2a.7)


Deze Griekse etnografische kaart van Noord-Epirus stelt vast dat in 1913 in dit door zowel AlbaniŽ als Griekenland geclaimde gebied 51 % van de bevolking hellenen zijn en 49 % albanezen. Onduidelijk is welke criteria er gehanteerd zijn om de nationale identiteit vast te stellen. De religie lijkt belangrijker te zijn dan de taal. Maar de Grieks-orthodoxe ritus is in deze regio ook verbreid onder groepen die albanees als moedertaal spreken en onder Grieks-orthodoxen treft
men veel lieden die zich identificeren met de nationale albanese zaak. Na de Eerste Wereldoorlog brengt Griekenland op de vredesconferentie van Parijs opnieuw haar claims naar voren. De heruitgave van 1919 past in dit kader. Voor de Griekse regering zijn de aanspraken op Smyrna (nu Izmir) uiteindelijk belangrijker dan die op Noord-Epirus, vandaar dat dit gebied na de internationale erkenning van AlbaniŽ (1921) toevalt aan de regering in Tirana. (meer)

 

4. Richard von Mach. Karte der Schulsphšren der TŁrkischen Balkan-Halbinsel. Uit: Petermanns Mittheilungen 45, 1899. Schaal 1 : 3.700.000. 44,5 x 57 cm. (U.2a.7)

Deze vier kaartjes geven de verbreiding en relatieve invloedssfeer aan van de griekse, bulgaarse,
roemeense en servische scholen. De weinige albanese scholen en de turkse staatsscholen worden helaas niet aangegeven. De schoolstrijd in Europees Turkije blijkt vooral in MacedoniŽ te woeden. De kinderen zijn daar dus inzet van een intense wedijver en schoolmeesters zijn vaak politieke vertegenwoordigers van nationale bewegingen. (meer)

 

5.  Prof. Ahmet Gashi. ShqipŽria, HartŽ Etnike, Shkalla 1 : 550.000.
Albania, Ethnic Map, Scale 1: 550.000. Z.p. z.j. (Tirana 2001).  95 x 54 cm. (Y.2a.1)


Deze 'ethnische kaart' uit 2001 gaat ervan uit dat de albaneestaligen de 'historische eigenaren' zijn van het door paars-zwarte grenslijnen afgebakende gebied. De kaart is echter verdacht. Allereerst omsluit deze grens diverse regio's waar tegenwoordig nog maar kleine groepen albaneessprekenden wonen, zoals in het nu Griekse Epirus. Tegenwoordig leven en werken er aanzienlijk meer albanezen, al of niet legaal, in en rond Athene. Bovendien geeft de kaart binnen het etnisch-albanese gebied geen andere grenzen aan 
dan die van het 'moederland'. Zij wekt dus de indruk dat internationaal erkende grenzen irrelevant zijn bij
het streven naar vereniging van alle albanezen. De kaart maakt ook geen onderscheid tussen meerderheid en minderheid. Zo kent een groot deel van het MacedoniŽ (FYROM) binnen dit etnisch-AlbaniŽ geen albanese meerderheid. Ook etnische minderheden binnen AlbaniŽ zelf, de grieks sprekende orthodoxen, de roma, de vlachen en de slavische macedoniŽrs, worden niet getoond. En dat noemt men een etnische kaart! (meer)

 

6.  Odhise Grillo. Po ku je, Adem Jashari!
('Waar ben je, Adem Jashari?')
Tirana 1999. 29,5 x 42 cm.


Het boekje 'Waar ben je, Adem Jashari?' is bestemdvoor de schoolgaande jeugd. Het gaat over het heldhaftige leven en sterven van Adem Jashari 
(1945-1998), leider van het U«K in Centraal Kosovo. Het verhaal wordt verteld door zijn dochter, de enige overlevende van zijn familie. Adem Jashari stuurt aan op 'de vereniging, desnoods gewapenderhand, van alle albanese gebieden in ServiŽ, Montenegro en MacedoniŽ tot ťťn Groot-AlbaniŽ'. Dat blijkt ook uit de getoonde illustratie waar de held voor de Albanese vlag en voor een kaart van Groot-AlbaniŽ staat (zie ook nr. 5). Adem Jashari en de zijnen worden gedood door Servische troepen met zware wapens als hij, na Dayton, de albanese guerillastrijd in de nieuwe fase van 'bevrijde territoria' poogt te brengen. (meer)

 

vorige pagina volgende pagina