Bibliotheken Tentoonstellingen Balkan in kaart

Balkan in kaart

Vijf eeuwen strijd om identiteit

Tentoonstelling van 4 september tot 16 oktober 2003 in de Universiteitsbibliotheek
Samenstelling: Harrie Teunissen en John Steegh

Tentoonstelling

kaarten   1 - 6,   7 - 9,   10 - 19,   20 - 29,   30 - 3940 - 47

Tenzij anders vermeld zijn de hier beschreven kaarten en gerelateerde stukken afkomstig uit de ĎCollectie Steegh & Teunissení, te Leiden. Aan het eind van iedere uitgebreide objectbeschrijving is de naam van de auteur vermeld.


 
20. Rigas Velestinlis. Charta tis Ellados (Kaart van Griekenland). Wenen 1796-97.
Verkleinde facsimile, Athene 1998, 66 x 67 cm. (W.2c.14)

Rigas Velestinlis (1757-1798) ontwerpt in Wenen de grote uit 12 bladen bestaande wandkaart waarvan hier een sterk verkleinde facsimile wordt getoond. U ziet ook historische locaties, zoals midden aan de rechterrand: Olympia met stadion en hypodroom en

rechts van het cartouche: Athene met Acropolis, gymnasion, museon en theater. De inzet linksonder toont Constantinopel met monumenten uit de Byzantijnse tijd en een gezicht op Istanbul met haar vele minaretten. De kaart geeft jaartallen van strijdperken en beeldt vele griekse munten af. Rigas gebruikt opnieuw oud-griekse namen, zoals Peloponnesos voor de Morea en Euboia voor Negroponte. Kortom: deze encyclopedische kaart herstelt de verbinding met het grootse griekse verleden en bevestigt zo zijn door de Franse Revolutie geÔnspireerde programma voor een neo-byzantijnse republiek met gelijkheid voor alle volkeren, ongeacht taal en religie, maar wel met grieks als officiŽle taal. Een jaar later pakt Oostenrijk Rigas in TriŽst op en wordt hij in het Ottomaanse Belgrado gewurgd. (meer)

 

21. Frijlink, H. en A. van Otterloo, Oostenrijk-Hongarije met BosniŽ (met inzetten van Wenen, Praag, Krakau, De Salzkammergoed en de Leitha), getekend door D. Noothoven van Goor, Leiden. Schaal 1 : 3.100.000. 46 x 60 cm. In: Nieuwe Hand-Atlas der Aarde in haren tegenwoordigen toestand door H. Frijlink, 4e druk, herzien door A. van Otterloo, Amsterdam 1881 
(UB Leiden, coll. Bodel Nijenhuis atlas 1330)

De kaart toont hoe Nederland kennis maakt met de Dubbelmonarchie na het compromis tussen Oostenrijkers en Hongaren van 1867. Ten opzichte van de vorige druk blijkt de kaart met BosniŽ vermeerdert. De kaart vermeldt (in blauw) nog de zogenaamde 'Militaire Grenzen' ten westen van de Donau ofschoon hun militaire functie door de Habsburgse bezetting van BosniŽ in 1878 is verdwenen en ze inmiddels opgeheven zijn. Wenen is fraai en scherp getekend, andere inzetten zijn rudimentair en vaag. De Hollandse cartografie heeft haar dominante positie duidelijk verloren ... . (meer)

 

22. Prof. A. Ishirkoff. Das Gebiet des bulgarischen Exarchat 1870-1912. Uit: W. Greve (Herausg.). Die Bulgaren in ihren historischen, ethnographischen und politischen Grenzen mit Vorwort von D. Rizoff, KŲniglichen Bulgarischen Gesandten in Berlin, Berlijn 1917. Schaal 1 : 3.700.000. 29,5 x 59 cm. (J.28)

De Ottomaanse regering staat 1870 een Bulgaars Exarchaat toe dat alleen nominaal nog onder het

patriarchaat van Constantinopel valt. Voortaan genieten slavisch-orthodoxen kerkelijke autonomie binnen het Ottomaanse Rijk. Het decreet bestempelt meerdere steden in het latere Bulgarije tot bisschopszetel. In Ottomaans MacedoniŽ wordt een referendum georganiseerd. Daarbij kiezen Skopje, Ohrid en Bitola voor een bulgaarse bisschop. Het egaal-bruine deel van de kaart geeft de maximale omvang aan van het exarchaat. Dit gebied ligt ten grondslag aan 'Groot-Bulgarije' (zie kaart 2). Door de oorlog van 1877-'78 en de pijnlijke reductie tot 'Klein-Bulgarije' zijn er diocesen waar geen bulgaarse bisschop heeft gefunctioneerd. Gebieden die daardoor Grieks-orthodox blijven zijn echter niet op de kaart onderscheiden. Het patriarchaat wordt weer bevoordeeld en haar positie wordt sterker, vooral in het achterland van Salonika. Pas in 1890, Oost-RoemeliŽ hoort inmiddels bij Bulgarije, kunnen bulgaarse bisschoppen opnieuw zetelen in Ottomaans MacedoniŽ, omdat premier Stambolov de revolutionaire macedonisch-bulgaarse comitťs onderdrukt. Het zuiden blijft in meerderheid Grieks-orthodox; het wit-bruin gearceerde gebied heeft geen bischoppen van het exarchaat gekend.  (meer)

  

23. Spectrum Publishing House (ed.).
Die Bulgaren in ihren historischen, ethnografischen und politischen Grenzen 679-1917 (Facsimile van de uitgave van Berlijn 1917).
Sofia z.j. (ca. 1998). 29 x 31 cm. (N.28)

De nationalistische geschiedsopvatting die uit deze verkleinde kaarten spreekt gaat ervan uit dat de lotgevallen van bulgaren alleen interessant zijn als die

leven in een eigen staat. Het Eerste Bulgaarse rijk (681-1018), het Tweede Bulgaarse Rijk (1185-1393) en het tijdvak van de Bulgaarse Wedergeboorte (1762-1878) dat overgaat in het Bulgarije in de Nieuwe Tijd (1878-1817) worden gepresenteerd als tijdvakken van grote bloei. Daartussen liggen periodes van onderdrukking door vreemde machten met stagnatie en cultureel verval: het Byzantijnse 'juk' (1018-1185) en vooral het Ottomaanse 'juk' (1393-1878). Die worden dan ook stiefmoederlijk behandeld, behalve als ze door 'bulgaren' bestreden worden. Een ander vooroordeel is dat men uitgaat van een homogene identiteit van een bulgaars volk door de eeuwen heen. Maar het eerste rijk ontstaat uit de samenkomst van een turkse heersende kaste met de massa van slavisch sprekende boeren, het tweede rijk uit een opstand van een bulgaars-koemaanse clan, gesteund door romaanssprekende herders en bulgaarse boeren. Het nieuwe Bulgarije van deze kaartjes negeert dergelijke 'vreemde' periodes, groepen en invloeden. Hier wordt met terugwerkende kracht een zuivere identiteit van het 'grote bulgaarse volk' geponeerd. (meer)

 

24. Die Balkan-Halbinsel im Maasstabe von 1 : 2.500.000. No. 56. Uit: Stieler's Hand-Atlas (Łber alle Theile der Erde und Łber das WeltgebaŁde), Gotha 1881. 40 x 56,5 cm. (D.4)
25. Rumeli-yi şāhāne ...  (RoemeliŽ des Sultans ...). Schaal 1 : 3.500.000. 
Uit: Ottomaanse Wereldatlas. Istanboel 1314 (1899). 37,5 x 54 cm. (D.19)

Beide atlaskaarten geven een beeld van vrijwel hetzelfde gebied tussen de Ottomaans-Russische oorlog van 1877-'78 en de Balkanoorlogen van 1912-'13. Het is geen toeval dat Griekenland bij de Ottomanen wel en bij de Duitsers niet wordt getoond. Belangrijker is echter het verschil in de gebieden die tot het Europese deel van het Ottomaanse Rijk (RoemeliŽ) gerekend worden. De Ottomanen erkennen de onafhankelijkheid van RoemeniŽ, Montenegro en ServiŽ, maar niet die van Bulgarije. De Duitse kaart lijkt de eenheid van Walachije en MoldaviŽ nog niet helemaal te erkennen en suggereert anderzijds dat Bulgarije al onafhankelijk is, ofschoon de nominale soevereiniteit van de Porte over dat land pas in 1908 door de Bulgaren verworpen wordt. Oost-RoemeliŽ (vreemd genoeg niet als zodanig aangeduid, het betreft het noordelijk deel van ThraciŽ) heeft voor de Duitsers nog een aparte status waar dit gebied op de latere Ottomaanse kaart nog een eigen provincie is. En dat terwijl het in 1885 door Bulgarije geannexeerd is! Daarentegen is de Duitse kaart juist veel 'voorzichtiger' met de positie van BosniŽ-Herzegovina dat 1878 door Oostenrijk-Hongarije is bezet. (meer)

 

26. Cleanthes Nicolaides: VŲlker- und Sprachenkarte von Macedonien. Schaal 1 : 1.000.000. Uit: Macedonien; die geschichtliche Entwicklung der macedonischen Frage im Altertum, im Mittelalter und in der neueren Zeit. Berlijn 1899. 40,5 x 65,5 cm. (UB Leiden 149 D 27)
Professor Nicolaides gaat uit van de continue historische rol van grieken in MacedoniŽ en vult die aan met actuele etnografische gegevens. In zijn visie veranderen de Bulgaarse en Servische veroveringen van MacedoniŽ haar hellenistisch karakter niet. Integendeel, de slavische rijken worden qua cultuur en religie gehelleniseerd. Nicolaides toont dat het grieks nog steeds vrij algemeen in Zuid-MacedoniŽ gesproken wordt en dat een groot deel van de zogenaamde slaven aldaar bulgaarstalige grieken zijn die cultureel deel uitmaken van de hellenistische wereld. Het gebied dat Nicolaides claimt als grieks is vrijwel identiek aan het territoir dat dertien jaar later door Griekenland bezet wordt in de Eerste Balkanoorlog. Deze volkeren en talenkaart van het nog Ottomaanse MacedoniŽ legitimeert dus bij voorbaat de hellenistische expansie. Tegelijk wil ze hiervoor Servische steun verwerven door hun aanspraken op Oud-ServiŽ en Noord-MacedoniŽ te erkennen en door Bulgaarse claims te beperken tot Noordoost MacedoniŽ. (meer)

 

27. Vasil KŠnčov. Etnograficeska karta na Makedonija.
Carte ethnographique de la Macťdoine.
Schaal 1 : 750.000. Uit: Makedonija: etnografija i statistika. Sofia 1900. 53,5 x 73 cm. (incl. boek) 
(UB Leiden 964 E 29)

Deze etnografische kaart van KŠnčov, inspecteur voor 
de bulgaarse scholen in MacedoniŽ, vormt jarenlang

het officiŽle Bulgaarse beeld van dit gebied. De overweldigende meerderheid van haar slavische bevolking stuurt haar kinderen in 1896-'97 naar scholen van het bulgaars Exarchaat: er zijn 843 bulgaarse tegen 77 servische scholen. Omdat KŠnčov vooral aandacht schenkt aan taalcriteria kan hij de pomakken in MacedoniŽ als islamitische bulgaren laten gelden. Opvallend is het ontbreken van serviŽrs; alle slavisch sprekenden op deze kaart zijn bulgaren, met uitzondering van de russische monniken op Athos. Het servische Kačanik-district rekent hij wijselijk niet tot MacedoniŽ zoals hij ook enkele evident griekse districten in het zuiden niet tot MacedoniŽ rekent. Daartegenover geeft KŠnčov de albanezen in Noord- en West-MacedoniŽ gedetailleerd weer; hij kent geen albanezen van servische komaf en christenen en moslims horen tot ťťn albanese groep. Tegenover de Grieks-Servische dreiging lijkt hier een Bulgaars-Albanese verstandhouding te ontstaan. (meer)

 

28. Gopčević, Spiridon. Ethnographische Karte von Makedonien und Alt-Serbien. Uit: Petermanns Mittheilungen 35, 1889.  Schaal 1 : 750.000, 46 x 57 cm. (UB Leiden V 138:35)

Met deze kaart en de begeleidende tekst Die ethnographischen Verhšltnisse Makedoniens und Altserbiens ondersteunt Gopčević het nieuwe

geopolitieke idee dat vrijwel heel Kosovo en een groot deel van MacedoniŽ door serviŽrs wordt bewoond. Niet alleen orthodoxen en islamieten die servisch spreken, maar ook christelijke albanezen van servische afkomst en moslim-albanezen van servische komaf worden door hem tot de serviŽrs gerekend. Bovendien 'ontdekt' Gopčević dat ook de overgrote meerderheid van de slavische bevolking in MacedoniŽ eerder servisch dan bulgaars is. Deze claim wordt taalkundig onderbouwd, door te wijzen op hun folklore en met bewijzen uit de geschiedenis van deze regio. Deze sensationele kaart uit 1889 vormt het 'wetenschappelijke' fundament voor een generatie die zich sterk maakt voor ServiŽ's expansie in Ottomaans gebied langs de as Skopje-Salonika, ten koste van Griekse en Bulgaarse aanspraken. (meer)

 

29. Jovan Cvijić. Ethnographische Karte der Balkanhalbinsel. Uit: Petermanns Mittheilungen 59, 1913. Schaal 1 : 1.500.000. 60,5 x 74 cm. (W.2c.9)

Deze fraaie etnografische kaart verschijnt nog vůůr het verdrag van Boekarest (augustus 1913) nieuwe grenzen trekt na afloop van de Tweede Balkanoorlog. Professor Cvijić, hoofd van de faculteit der geografie 

van de Universiteit van Belgrado, onderscheidt zeven belangrijke groepen: turken, grieken, vlachen, serbo-kroaten, bulgaren, macedo-slaven en albanezen. Over joden en zigeuners, die qua aantallen toch niet onder doen voor de vlachen, zwijgt de kaart. De serbo-kroaten verdeelt hij over vijf categorieŽn: orthodoxen, katholieken, moslims, gealbaniseerde serviŽrs (arnauten) en orthodoxe serviŽrs die albanees spreken (vgl. kaart 28); deze categorie maakt het mogelijk om half 'Oud-ServiŽ' en half Noord-AlbaniŽ als zijnde serbo-kroatisch in te kleuren. Ook in MacedoniŽ zouden serbo-kroaten volgens Cvijić een groot gebied bewonen dat zich naar het zuiden uitstrekt tot het meer van Ohrid en tot Perlepe (Prilep). Cvijić legitimeert met deze kaart dus de Servische expansie in Ottomaans gebied ten koste van de albanezen. Tot de macedo-slaven horen zowel orthodoxen als moslims. Cvijić verdedigt deze typering onder meer door er op te wijzen dat in taalkundig onderzoek vast is komen te staan dat het macedo-slavische dialect een overgangspositie inneemt tussen servisch en bulgaars. Deze groep legt ook geen uitgesproken nationaal bewustzijn aan de dag. Als ze zichzelf al servisch of bulgaars noemen is die identiteit iets oppervlakkigs, want sterk afhankelijk van de actuele propaganda door kerk en school. Op het laatste moment wordt het merendeel van die neutrale macedo-slavische zone toch door Cvijić geclaimd. Let maar op de rode stippellijn die de grens aangeeft van het gebied waar servische taalkenmerken, volksliederen en traditionele feesten zouden domineren. Dit correspondeert met de actuele geopolitieke situatie waar MacedoniŽ inmiddels grotendeels door ServiŽ bezet is, terwijl de Bulgaren in ThraciŽ staan. (meer)

 

vorige pagina volgende pagina