Bibliotheken Tentoonstellingen Balkan in kaart

Balkan in kaart

Vijf eeuwen strijd om identiteit

Tentoonstelling van 4 september tot 16 oktober 2003 in de Universiteitsbibliotheek
Samenstelling: Harrie Teunissen en John Steegh

Tentoonstelling

kaarten   1 - 6,   7 - 9,   10 - 19,   20 - 29,   30 - 39,   40 - 47 

Tenzij anders vermeld zijn de hier beschreven kaarten en gerelateerde stukken afkomstig uit de ĎCollectie Steegh & Teunissení, te Leiden. Aan het eind van iedere uitgebreide objectbeschrijving is de naam van de auteur vermeld.


 
30. Wernieski, Antoine (l'ingenieur en chef de la Municipalitť de Salonique): Plan de Salonique.
Salonika 1889. (Verkleinde copie van stadsplattegrond van Salonika uit 1889 met legenda in het Frans en het Ottomaans Turks. Hierop zijn de toenmalige synagoges, kerken en moskeeŽn apart ingetekend) .Verkleind tot 52,5 x 38,5 cm. (W.1g.15)

Het Macedonische Salonika (Bulgaars: Soloen, Grieks: Thessaloniki, Turks: Sťlanik) wordt tegen 1900 door Bulgarije, ServiŽ en Griekenland op de Ottomanen geclaimd. Deze dynamische havenstad wordt het Jeruzalem van de Balkan genoemd. Sinds 

joden en maranen uit Spanje, Zuid-ItaliŽ en Portugal hier hun toevlucht zochten is de meerderheid van de bevolking namelijk joods. De namen van diverse synagogen op de stadsplattegrond markeren deze geschiedenis. Uit een volkstelling van 1883 blijkt dat van de 85 duizend inwoners er 48 duizend joden zijn, verder zijn er 20 duizend turkse moslims en 16 duizend Grieks-orthodoxe inwoners. In het achterland van de stad wonen ook veel slavisch sprekende onderdanen van de sultan. Rond 1900  kent de stad 32 synagogen, 32 moskeŽen en 18 kerken. De synagogen heten: 1. Nevee tsedek (Woning der gerechtigheid, uit CalabriŽ), 2. Kiana (uit CalabriŽ), 3. IshmaŽl (uit CalabriŽ), 4. Mayor sjenie (Tweede Majorca), 5. Sicilia chadasj (Nieuw SiciliŽ), 6. Lisbon jasjan (Oud Lissabon), 7. Mayor risjon (Eerste Majorca), 8. Mograbish  (uit de Maghreb), 9. Yahia (uit Portugal), 10. Talmoud Tora (de centrale synagoge),11. Geroesj Sefarad (Verdrijving uit Spanje), 12. Estroug (uit ApuliŽ), 13. Bet Aharon (Huis van Ašron, uit SiciliŽ), 14. Nevee sjalom (Woning van vrede, uit CalabriŽ), 15.Lisbon chadasj (Nieuw Lissabon), 16. Ets-ha-chajjiem (Boom des levens, uit Byzantium), 17. Castillia, 18. Asjkenaz (uit centraal Europa), 19. Catalan jasjan (Oud CataloniŽ), 20. Sicilia jasjan (Oud SiciliŽ), 21. Aragon, 22. Italia jasjan (Oud ItaliŽ), 23. Portugal, 24. Sjalom (gemengd), 25. Italia chadasj (Nieuw ItaliŽ), 26. Italia sjalom, 27. Pulia (ApuliŽ), 28. Har gavoa (Hoge berg, uit ApuliŽ), 29 Provencia (Provence), 30.Otranto, 31. Catalan chadasj (Nieuw CataloniŽ), 32.
Evora (uit Portugal). (meer)

 

31. Chartis ton empolemon kraton (Kaart van de staten in oorlog). Z.p. 1912. Waarschijnlijk uitgegeven door drukkerij Aristoboulou in Salonika. Handgekleurd, 45,5 x 60 cm. (W.2n.1)

Deze eenvoudige, maar zeldzame grieks-Ottomaanse kaart uit eind 1912 toont Europees Turkije met de
portretten van de Ottomaanse Sultan en de vorsten

 van de Balkan Liga tijdens de Eerste Balkanoorlog (1912-'13). Centraal staat sultan Mehmet V omgeven door tsaar Ferdinand van Bulgarije, en de koningen George I van Griekenland, Nicolaas I van Montenegro en Petar I van ServiŽ. Deze kaart, met plaatsnamen in het grieks, geeft nog net de laatste maand van Europees  Turkije weer. Meteen in het begin van de oorlog verovert het Griekse leger het felbegeerde Salonika. Ook Epirus, EgeÔsch-MacedoniŽ en een aantal eilanden in de EgeÔsche zee vallen toe aan Griekenland. (meer)

 

32.  Ottomaanse plattegrond van Istanboel ca. 1880, Schaal 1 : 10.000,  56 x 54 cm. (UB Leiden Or. 12.367)

Deze fraaie Ottomaanse plattegrond toont Istanboel met Galata omstreeks 1880. De kaart wordt omgeven door een bewerkte rand die wordt gekroond door een tugra (gecaligrafeerde signatuur) van Sultan AbdŁlhamid II (1876-1909). Een zwarte lijn wijst op de spoorlijn langs de kust die eindigt aan de voet van het Topkapi-paleis. Twee onderbroken zwarte lijnen  
duiden op tramlijnen. Een rode stippellijn met blokjes duidt op het geprojecteerd traject van een ondergrondse met haltes, maar die is nooit gebouwd. De hoofdstad is door haar strategische ligging, haar rijke geschiedenis en haar politieke en culturele rol een wereld apart in een Ottomaans Rijk waar drievierde van de bevolking nog uit boeren bestaat. Een Ottomaanse statistiek uit 1886 geeft de volgende verdeling van de stad: 44 % moslims, 17,5 % grieken, 17,1 % armeniŽrs, 5,1 % joden. De snelle uitbreiding in de negentiende eeuw, tegen 1900 reeds ťťn miljoen inwoners, voltrekt zich niet in Stamboel, ook niet buiten haar Byzantijnse muren, maar in de woonwijken voorbij Galata en op de aziatische oever van de Bosporus. (meer)

 

33. Prof. Paul Langhans. Die Grenzen des neunen albanischen Staates nach den verschiedenen Vorschlšgen. Uit: Petermanns Mittheilungen 59, 1913. Schaal 1: 1.500.000. 43 x 46 cm. (UB Leiden V 138:59)


Tijdens de Eerste Balkanoorlog wordt in november 1912 in Vlora de onafhankelijkheid van AlbaniŽ uitgeroepen. De voorlopige regering maakt aanspraak op etnische grenzen (de ononderbroken rode lijn). De Triple Entente van Rusland, Groot-BrittanniŽ en Frankrijk stelt daarentegen een rompstaat voor die ServiŽ en Griekenland een groot deel van hun veroveringen laat behouden (de rode met stippen onderbroken lijn). Op de Conferentie van Londen in 1913 wordt de onafhankelijkheid van AlbaniŽ erkend, maar zelfs ItaliŽ en Oostenrijk stellen niet voor Kosovo
op te nemen in AlbaniŽ, dat ongeveer de grenzen krijgt van het Oostenrijks-Hongaarse voorstel (de rode streepjes-lijn). Als na 500 jaar de Ottomaanse troepen deze gebieden verlaten woont de helft van de albanezen buiten de grenzen van de nieuwe precaire staat. (meer)

 

34. Nathalie Clayer: Albanie. Bektachis.
Uit: Nathalie Clayer, L'Albanie, pays des derviches. Les ordres mystiques musulmans en Albanie ŗ l'ťpoque post-ottomane (1912-1967).
Berlijn 1990. 24 x 36 cm. (UB Leiden 8294 C 5).


Dit simpele kaartje van AlbaniŽ met 99 Bektasji-tekkes wijst op een invloedrijke soefi-orde met een merkwaardige leer, die vaak dwars op de islamitische wet staat. De nummers verwijzen naar een repertorium verderop in het boek waarin alle bekende centra van deze orde in AlbaniŽ uit de periode 1912-'67 apart aan bod komen. Rond 1900,
als haar mystiek sterk verweven raakt met de politiek,
spelen de Bektasji's een grote rol in de Albanese strijd voor onafhankelijkheid. Met hun 15 % vormen ze in de jaren twintig en dertig de derde religieuze gemeenschap van AlbaniŽ, na de soennieten (55 %) en de orthodoxen (20 %), maar nog voor de katholieken (10 %). In het communistische AlbaniŽ wordt ook zij vanaf 1967 verdrongen door de staatscultus van het atheÔsme. (meer)

 

35. Dr. K. Kogutowicz, (uitg.), MagyarorszŠg Nťprajzi tťrkťpe.
Ethnographical Map of Hungary.
Budapest 1927. Schaal 1 : 1.000.000.63 x 95 cm. (W.2g.7)

36. I. de Kunťry (Ed.), Justice for Hungary, Den Haag z.j. (ca. 1990), prentbriefkaart, 15 x 10,5 cm. (bruikleen H. & L. Van Waning)

Na de Eerste Wereldoorlog houdt de veelvolkerenstaat Oostenrijk-Hongarije op te bestaan en heeft Hongarije in 1920 geen andere keus dan het verdrag van Trianon te ondertekenen. Gebieden massaal bewoond door niet-hongaren kunnen in deze tijd van zelfbeschikking der volkeren niet bij Hongarije blijven: KroatiŽ natuurlijk, Slowakije in strikte zin en het duitssprekende Burgenland aan de grens met Oostenrijk. Maar om de nieuwe bondgenoten tevreden te stellen wijzen de overwinnaars zelfs gebieden die overwegend hongaarstalig zijn aan buurlanden toe. De reductie van het koninkrijk die 2,75 miljoen hongaarstaligen buiten sluit wordt als traumatisch ervaren. Dat het 'dictaat van Trianon' nog spookt in het collectieve geheugen blijkt o.a. uit de recente prentbriefkaart 'Justice for Hungary'. Bijzonder aan de etnografische kaart van 'Groot-Hongarije'is dat die niet alleen aangeeft waar welke taal wordt gesproken, maar ook de bevolkingsdichtheid: hoe dieper de kleur, hoe groter het aantal. Daardoor komt onder meer in beeld dat grote plattelands- en berggebieden in Noord-TranssylvaniŽ roemeenstalig zijn, maar dat hongaren in 1927 door hun sterke vertegenwoordiging in steden evenveel gewicht in de schaal kunnen leggen en ze in Oost-TranssylvaniŽ zelfs in de meerderheid zijn. (meer)

 

37. Institutul Geografic Militar / Deutsche Wehrmacht, (topografische kaart van RoemeniŽ Schaal 1 : 100.000) Bucureşti (Boekarest) Nr. 4040 'Sonderausgabe! Nur fŁr den Dienstgebrauch!' Bucureş
ti 1933 / Boekarest ca. 1942. 61 x 84 cm. (W.2p.21)
38. Rezistenta Antifascista Ón Rom‚nia Óntre 1940 - 1944 & Insurectia Nationala Antifascista si antiimperialista din august 1944.
Uit: Atlas pentru istoria Rom‚niei. Bucureşti 1983. 48 x 32,5 cm. (O.46)
39. Martin Gilbert. The Jews of Bessarabia on the Eve of War & Massacres, Deportations and Deathmarches from Bessarabia from July 1941. Uit: Atlas of the Holocaust. New York 1993. 26 x 38 cm.
(O.77)
Deze kaarten tonen wederwaardigheden van RoemeniŽ tijdens de Tweede Wereldoorlog. De militair-topografische kaart van de omgeving van Boekarest is een overdruk van een Roemeense kaart van 1933 door het Duitse leger. De twee kaarten uit de Roemeense atlas laten zien hoe eenzijdig in de communistische tijd die geschiedenis verbeeld wordt. Vreemd is dat de grenzen van RoemeniŽ die van 1945 zijn, terwijl Tsjechoslowakije in de toestand van vůůr 1939 is aangegeven en de Sovjet Unie in de toestand van 1940, na de deling van Polen tussen Hitler en Stalin. Het verlies (1940) van Noord-TranssylvaniŽ, BessarabiŽ, Noord-Boekovina en Zuid-Dobroedsja wordt dus genegeerd. Er is in de atlas ook geen kaart te vinden van de terugverovering van BessarabiŽ en de bezetting van TransnistriŽ (West-OekraÔne) door het Roemeense leger (1941), noch van de opmars van Roemeense soldaten tot aan Stalingrad. Wel van de verzetsactiviteiten tegen de Duitsers en Hongaren tijdens de oorlog (bovenste kaart) en de opmars van samenwerkende Sovjet- en Roemeense troepen bij de bevrijding van het land in 1944 (onderste kaart). Op de laatste twee kaarten is iets van de andere kant van de medaille te zien: de wijze waarop in het Bessarabisch deel van het RoemeniŽ van Antonescu met de joden is omgegaan. Links zijn de aantallen joden aangegeven per stad of dorp: het zijn er bijna 167.000. Volgens de rechter kaart zijn er daarvan 148.000 in dodenmarsen, concentratiekampen en willekeurige executies om het leven gekomen. Uitvoerders van die slachtingen zijn niet alleen nazi's. Maar alleen al omdat maarschalk Antonescu na de oorlog door de communisten is geŽxecuteerd geldt hij voor een deel van de Roemeense bevolking na de val van Ceauşescu als een held. (meer)

 

vorige pagina volgende pagina