Bibliotheken Tentoonstellingen Denken over duivels

Denken over duivels
Vroegmoderne demonologie in de Leidse Universiteitsbibliotheek

9 februari Ė 11 maart 2006

Jan Frans van Dijkhuizen


Inleiding
Het beruchte Malleus Maleficarum
De JezuÔet Martin Del Rio(1551-1608)
De Engels-Schotse koning James VI/I (1566-1625)
William Perkins (1558-1602)
Jacob Vallick
Dat er duidelijke grenzen zijn aan de macht van de duivel
In zijn tractaat Compendium Maleficarum (1608)
De Nederlandse arts Johann Weyer (1515-1588)
De betooverde wereld (1691)

 


De Nederlandse arts Johann Weyer (1515-1588) stond, net als Reginald Scot, radicaal sceptisch tegenover hekserij. Vrouwen (en vooral oude vrouwen) waren volgens hem nu eenmaal geestelijk zwak en een gemakkelijke prooi voor het bedrog van de duivel, en dus in staat tot de meest bizarre bekentenissen. Het pact met de duivel was puur een kwestie van ontspoorde vrouwenfantasie, veroorzaakt door een verstoord evenwicht tussen de humeuren. De titel van Weyers tractaat, Over de illusies van duivels, onderstreept deze gedachtengang. Weyers scepsis ontstemde de Engels-Schotse koning James VI/I, die in zijn Daemonologie (1597) fel naar Weyer uithaalde. Overigens was er voor Weyer wel degelijk zoiets als magie: moedwillige samenwerking met de duivel door mannen (in plaats van oude vrouwen) die zich aan de grenzen van het menselijk kunnen wilden onttrekken. De theorieŽn over geestverschijningen die Pierre Le Loyer (1550-1634) ontvouwt in zijn Discours et histoires des spectres (1586, 2e editie 1605), zijn minder sceptisch van die van Weyer, maar gaan uit van een vergelijkbare logica.

 
 

 
vorige pagina volgende pagina