Bibliotheken Tentoonstellingen Het Nederlandse lied

Het Nederlandse lied tot 1600

Handgeschreven en gedrukte bronnen uit de Leidse collecties

Tentoonstelling van 31 augustus tot 25 september 2001 in de Universiteitsbibliotheek.
Samenstelling: Johan Oosterman.

Inleiding

Tentoongestelde stukken


Is dit wel een lied?

Wat is een lied? Deze vraag is soms lastiger te beantwoorden dan het lijkt. Aan het begin van deze tentoonstelling is plaats ingeruimd voor enkele ‘twijfelgevallen’.



1497B11klein.jpg (13423 bytes)1.Historien ghetoghen wten gesten ofte croniken der Romeynen, tracterende en roerede van die doechden ende sonden, ende die ghemoraliseert ende ghetoghen tot ene gheesteliken sinne.

Gouda: Gheraert Leeu, 1481. - Op de binnenzijde van het voorplat is in de zestiende eeuw een lied geschreven. [1497 B 11]

Liederen duiken op allerlei plaatsen op. Tamelijk vaak vinden we ze in de marge of op een schutblad van een boek met een verder heel andere inhoud. Zo is het ook in dit geval. Het boek dat hier open ligt bevat een Nederlandse vertaling van de Gesta romanorum, waarin de geschiedenis van Rome en zijn keizers wordt verhaald. Niet zolang nadat het werd ingebonden heeft iemand een aantal verzen genoteerd op de binnenzijde van het voorplat. Het gaat om een gedeelte van een loflied op de vrouw dat we ook uit verschillende andere boeken kennen. Daar is het langer, hier zien we alleen het begin en dan ook nog in een enigszins verminkte vorm. Mogelijk noteerde de schrijver deze verzen uit zijn geheugen. Wat de reden was om dit te doen, is een raadsel. Zo te zien was het in elk geval niet de bedoeling het in deze vorm nog eens te zingen.

Ltk203kleinn.jpg (9559 bytes)2. Madelgijs-fragment
Perkament, 2 bladen, 270-280 x 192 mm. West-Vlaanderen, ca. 1350. - Fragment van de ridderroman Madelgijs met daarin opgenomen 1 lied. [LTK 203]

In de Roman van Madelgijs, waarvan alleen fragmenten bewaard zijn gebleven, komt een kort gedichtje voor dat door zijn rijmschema afwijkt van de omringende tekst. Het wordt bestempeld als een stampye, en het moet een soort liedje zijn. Toch verschilt het qua vorm van de Franse estampie, waaraan het door zijn naam doet denken. Misschien is de tekst die we hier kunnen lezen zelfs geen echt liedje dat eens gezongen is, maar heeft de dichter alleen maar de suggestie willen wekken dat er sprake was van een lied.

1096klein.jpg (16891 bytes)3. Een Seer schoon Comedie oft Spel vanden bekeerden Coopman. Antwerpen: Jasper Troyens [en Niclaes Mollyns], 1583. [1096 H 93]

Een lied is een rijmende tekst die gezongen moet worden. Dit is kort en krachtig aangegeven wat we meestal onder een lied verstaan. Maar soms is het moeilijk om vast te stellen of we met een lied van doen hebben. Bij het werk aan een repertorium moeten voortdurend knopen worden doorgehakt, bijvoorbeeld om te beslissen of iets een lied is of niet. In het Antwerpse toneelstuk over de bekeerde koopman komt zo’n tekstje voor, waarvan het onzeker is of het wel echt een lied is. Midden in het vijfde bedrijf is een minderbroeder aan het woord die een tekst van zes strofen uitspreekt of zingt. Nergens wordt aangekondigd dat hij zingt, en er is geen melodie of wijsaanduiding te vinden. Het tekstje dat begint met O ongheluckich dach zeer onplesant / O wee dat ick oyt was gheboren was een lied, of niet...

vorige pagina volgende pagina