Bibliotheken Tentoonstellingen Het Nederlandse lied

Het Nederlandse lied tot 1600

Handgeschreven en gedrukte bronnen uit de Leidse collecties

Tentoonstelling van 31 augustus tot 25 september 2001 in de Universiteitsbibliotheek.
Samenstelling: Johan Oosterman.

Inleiding

Tentoongestelde stukken


Vrouwenalba

Adellijke dames uit het oosten van Nederland en uit het Rijnland begonnen rond het midden van de zestiende eeuw op grote schaal met het bijhouden van een boek waarin ze hun familie en vrienden die op bezoek kwamen, inscripties lieten noteren. Vaak noteerden ze zelf ook bijdragen, en daaronder zijn nogal wat liederen. Veel vrouwenalba uit de zestiende eeuw blijken dan ook belangrijke vindplaatsen van vooral liefdesliederen.


BPL2267klein.jpg (8745 bytes)25. Album amicorum van Aleyd van Arnhem
Papier, 86 bladen, 282 x 179 mm. Antwerpen en Gelderland, 1578-1593. - Vrouwenalbum. Nederlandse en Franse inscripties, gedichten en liederen (9 Nederlandse). [BPL 2267]

Aleyd van Arnhem had zoals veel adellijke dames een album amicorum waarin vrienden en familie hun bijdragen schreven. Zo’n vrouwenalbum bevatte vaak allerlei volkstalige liedjes en gedichten, maar ook korte inscripties. Een bijzondere inscriptie is die van Willem van Oranje. Toen hij zijn devies - Je maintiendray - noteerde verbleef Aleyd voor enige tijd aan het hof van Willem in Antwerpen. Later keerde ze terug naar Gelderland, waar ze ook vandaan kwam.
Op het linkerblad zien we drie korte inscripties. De eerste daarvan, uit 1579, werd door Aleyd zelf genoteerd. Boven het lied op de rechterpagina staat Op de wyse vande Prince. Waarschijnlijk wordt hiermee bedoeld: op de wijs van het Wilhelmus. Tenslotte was Willem van Nassau de prins in die jaren, en de vorm van dit liefdesliedje is gelijk aan die van het Wilhelmus. Voor Aleyd zal in elk geval meteen duidelijk zijn geweest wie werd bedoeld.

BPL2912klein.jpg (10236 bytes)26. Overijssels Liedboek
Papier, 211 bladen, 270 x 190 mm. Overijssel (Vollenhove?), 1551-1590. - Vrouwenalbum. Liederen, spreuken, gedichten, tekeningen met bijschrift. Nederlands, Frans, Italiaans. 65 liederen. [BPL 2912]

Het Overijssels liedboek is een van de vroegst bekende vrouwenalba en meteen ook een van de uitvoerigste. Het is bijzonder omdat het niet alleen veel liederen bevat, maar bovendien rijk is geïllustreerd. Hier zien we rechts een lied dat begint met Inn bernder gloeth / brentth sych myn hertz (In een vurige gloed brandt mijn hart). Op de linkerbladzijde wordt dit treffend geïllustreerd: de dame blust een hoogoplaaiend vuur waarin een hart ligt te branden. Rond deze tekening zijn allemaal korte inscripties te lezen, voor het grootste deel aangebracht tijdens een gezellig samenzijn in 1564. Het gedichtje dat meteen onder de tekening staat, roept deze bijeenkomst in herinnering:

Den tweeden dach van vasten
Hebben wij dit gescreuen als gasten
En consten nijet gangen van hier
Wij en waeren al droncke schier
Want waeren van liefden alzoo sot
Dat wij nijet en lieten inden pot
[= Op de tweede dag van de vasten hebben wij, die hier te gast waren, dit opgeschreven. We konden hier niet weggaan; we waren behoorlijk dronken want de liefde maakte ons zo dwaas dat we niets [geen druppel wijn] in de kan hebben gelaten.]