Bibliotheken Tentoonstellingen Het Nederlandse lied

Het Nederlandse lied tot 1600

Handgeschreven en gedrukte bronnen uit de Leidse collecties

Tentoonstelling van 31 augustus tot 25 september 2001 in de Universiteitsbibliotheek.
Samenstelling: Johan Oosterman.

Inleiding

Tentoongestelde stukken


Psalmberijmingen

De zestiende eeuw zou je de eeuw van de psalmberijmingen kunnen noemen. Meer dan tien keer werden de 150 psalmen berijmd en verschillende vertalingen werden keer op keer herdrukt. Meer dan een kwart van alle gedrukte liedbronnen uit de zestiende eeuw bevat een psalmberijming. Van enkele vertalingen is hier psalm 1 te zien (zie ook nr. 12).



1160C20klein.jpg (14058 bytes) 13. Petrus Datheen, De Psalmen Davids, Uut Den Franchoyschen dichte in Nederlantschen overgeset [...] Van nieus overghesien ende ghecorrigeert. Ferdinand Sampsons, [1572 (1579?)]. - 161 liederen. [1160 C 20: 2]

Petrus Datheen was monnik in Ieper, maar hij verliet het klooster omstreeks 1550 en week als calvinist uit naar Engeland. Als predikant keerde hij terug naar het vasteland om te preken voor Nederlandse vluchtelingen in Duitsland. Daar moet hij ook zijn psalmberijming hebben gemaakt, gebaseerd op een Franse tekst. En hoewel zijn vertaling volgens velen geen literaire 11604rklein.jpg (16166 bytes) schoonheidsprijs verdient, werd ze alleen al in de zestiende eeuw bijna honderd keer herdrukt.

Thys1666klein.jpg (16623 bytes)14.Luitboek Thysius
Papier, 521 bladen, 310 x 200 mm. Leiden, 1595-1630. - Luitboek met fantasieŽn, intavolaties van madrigalen, chansons en motetten, dansen, psalmen en liedzettingen voor luitsolo en enkele stukken voor vier luiten. [Ms. Thysius 1666]

Joannes Thysius is bekend vanwege de biblitheek die hij in betrekkelijk korte tijd samenbracht en die zich nog altijd bevindt aan het Leidse Rapenburg. Een van de boeken in zijn collectie is het onder muziekwetenschappers fameuze luitboek. Daarin komt de aantekening voor: ĎJohan Thijs, wt díAuctie van Smoutiusí (Van Joannes Thysius, uit de veiling van Smout). Op grond hiervan wordt aangenomen dat Adriaan Joriszoon Smout, de calvinistische predikant die door Vondel in zijn hekeldichten fel werd bespot, het handschrift samenstelde.
In het luitboek staan maar weinig teksten. De meeste composities zijn slechts voorzien van de beginwoorden van het lied waarop ze betrekking hebben. Maar het handschrift bevat wel een aantal psalmberijmingen. Sommige daarvan zijn mogelijk van de hand van Smout, andere, waaronder psalm 1, zijn overgenomen naar de bekende vertaling van Datheen.

1497G1klein.jpg (16338 bytes)15. Philips van Marnix, heer van Sint Aldegonde, Het Boeck Der Psalmen. Uut der HebreÔsscher sprake in nederduytschen dichte, op de ghewoonlicke oude wijsen van singen, overgeset. Mitgaders de heylige schriftuerlicke lofsangen uyt den ouden ende nieuwen Testamente by een getogen, ende oock in nederlantschen dichte na der Hebreisscher ende Grieckscher waerheyt, Mit elck sijnen text van woirde te woirde daer tegen over int duytsche gestelt. Middelburg: Richard Schilder, 1591. - 171 liederen. [1497 G 1]

Philips van Marnix, heer van Sint Aldegonde (1540-1598) was een van de voornaamste raadslieden in het gevolg van Willem van Oranje. Lange tijd werd hij voor de auteur van het Wilhelmus gehouden. Die toeschrijving is zeer discutabel. Maar dat hij psalmen dichtte, staat vast. Het moet zelfs een soort levenswerk voor hem zijn geworden. Vanaf het midden van de jaren zeventig is hij er telkens weer mee aan de slag geweest. In 1580 verscheen zijn eerste vertaling, elf jaar later zag een sterk herziene vertaling het licht en ook daarna is hij er aan blijven werken, blijkens de versie die na zijn dood verscheen.
Anders dan Datheen, die de psalmen uit het Frans had vertaald, ging Marnix terug naar de Hebreeuwse grondtekst. Het lijkt er sterk op dat Marnix willens en wetens Datheen heeft willen verbeteren, ook al schrijft hij in het voorwoord dat hij niet wil afrekenen met Datheen noch het gewone volk zijn psalmvertaling wil ontnemen: Wy en willen M. Peeter Dathenum niet schelden ofte straffen, noch syne ouersettinghe der Psalmen uyt des ghemeynen mans handen niet rucken.

vorige pagina volgende pagina