Bibliotheken Tentoonstellingen Het Nederlandse lied

Het Nederlandse lied tot 1600

Handgeschreven en gedrukte bronnen uit de Leidse collecties

Tentoonstelling van 31 augustus tot 25 september 2001 in de Universiteitsbibliotheek.
Samenstelling: Johan Oosterman.

Inleiding

Tentoongestelde stukken


Liedbladen

Heel veel liederen moeten voor het eerst als liedblad verspreid zijn, maar de kwetsbaarheid en vluchtigheid van deze bladen heeft ervoor gezorgd dat er maar weinig over zijn (zie ook nr. 23).



Thys1096klein.jpg (15624 bytes)21. Lof-dicht Ghemaeckt ter Eeren van de VOORSTANDERS des VADERLANDTSCHE VRIIHEYT, bysonder in onse tijden: in een COMOEDIE ghesonghen van twee persoonen, te weeten FAMA ende GLORIA. [Rotterdam: Jan II van Waesberghe, 1599]. - 1 lied. [Thys. pfl. 1096]]

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog zijn vele liederen geschreven waarin partij werd gekozen. Dit lied, gezongen tijdens de opvoering van een Latijnse komedie, geeft steun aan het kamp van de prins, en doet dit door trouw uit te spreken aan Willem van Oranje, zelfs jaren na zijn dood: ‘O Willem van Nassouwen / Een prins bij princen groot / Het vaderlandt ghetrouwen / Blijft ghij oock na den doot’. Op grond van deze regels uit het achtste couplet is duidelijk dat het gezongen moet worden op de melodie van het Wilhelmus.

1011A21klein.jpg ( bytes)22. Een nieu Liedeken vande Negen Soldaten, Die op Vrijbuydt gingen vn worden alle gaer gheuangen. (2) Dit is gheboren is Vrieslandt, op den Jouwer, den Achstendach Meert, op de Wijse van die Sorvoldige Menschen. (3) Een nieu Liedt, op die Wijse, Vaderonse in hemelrijck. (4) Een nieu liedt op die Wijse, ick wolde dat ick waer een witte wilde Saen [sic], Of Broder vn Suster en vreest doch niet. [Deventer: Simon Steenberch of Jan Evertsz. II Cloppenburgh, 1592 of later]. - Liedblad met 4 liederen. [1011 A 21]

Dit blad bevat vier heel verschillende liederen die tezamen werden gedrukt. Vaak werd zo’n blad verknipt zodat de afzonderlijke liedjes los verspreid (en verkocht) konden worden. Het middelste lied valt op door de merkwaardige figuur die erboven is afgebeeld. Het is een monsterachtig kind dat op 8 maart 1592 is geboren in West-Friesland. Het gezicht zat op zijn borst, het hart op zijn rug. Van voren was het een jongen, van achteren een meisje. Het bleef drie dagen leven zodat iedereen deze monstergeboorte kon aanschouwen als waarschuwing voor allen die zich ijdel kleedden en hoogmoedig waren.

vorige pagina